PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Interview met Stef Bos een Vlaamse kaaskop in Kaapstad

dinsdag 02 februari 2016


Interview

In 2016 is het precies 25 jaar geleden dat Stef Bos zijn hit “Papa” op de wereld losliet. Omdat Stef zelf niet houdt van jubilees besloot hij om een nieuwe plaat te maken “Een Sprong Terug In De Tijd”. Samen met een boek is dit vooral een album dat terugkijkt op zijn debuut “Is Dit Nu Later”. Om dit allemaal nog extra in de verf te zetten gaat Stef in april op tournee langs de Vlaamse culturele podia. Op 29 januari stelde hij zijn show voor in de AB en daar hadden wij een gesprek met hem.

Uw nieuwe plaat heet “Een Sprong Terug In De Tijd”. Is dit dan ook het album dat het dichtst aanleunt bij het begin van uw carrière? 

Er zijn twee elementen die de titel beïnvloeden. Zo’n album wordt twee jaar op voorhand gepland en toen zeiden ze dat ik in 2016 vijfentwintig jaar ging bezig zijn. Ik houd dat zelf eigenlijk niet bij en ik ben al helemaal geen jubileum type. Dus toen ze zeiden dat ik daar iets moest mee doen, wilde ik al zeker geen verzamelalbum maken. Dan zei ik dat we best een nieuwe plaat en voorstelling konden maken. Die titel kwam dan in mijn hoofd om terug te kijken op mijn leven en dingen die een rol hebben gespeeld.  

Met de voorstelling kon ik wel iets doen rond het feit dat ik 25 jaar bezig ben. Mijn eerste idee was om een denkbeeldige levenslijn te maken en daar nummers aan op te hangen. Maar toen we met de band aan het repeteren gingen, was ik op reis met mijn gezin door Afrika. Dus ik vloog even over en weer om in juli al wat te kunnen repeteren en te bespreken wat we konden doen in januari. Ik hou ervan om op tijd te beginnen, dan ben je veel meer ontspannen. In een oude varkensstal bij mij thuis hebben we een repetitiekot en daar kwamen we samen en binnen een week was die plaat af. Toen dacht ik dat die plaat best ook de titel van de voorstelling kreeg omdat de thematiek heel gelijkend was met “Is Dit Nu Later?”, mijn debuutplaat.

Daarna veranderde dan weer het idee van de voorstelling want ik kreeg het idee om twee jaren te nemen: 1991 en 2016. Hoe was het toen en hoe is het nu? 1991 was een jaar van een soort splijtzwam met de Golfoorlog, oorlog in Joegoslavië. Er waren toen al problemen met asielzoekers in Lint en gigantische problemen in Molenbeek. Ik vond dat fascinerend, ook mijn eigen leven en de keuzes die ik maakte. Toen werd dat een sprong in de tijd, alsof je geboren wordt en dan spring je in de tijd. Het is als een rivier die stroomt, sommige dingen kies je niet. Bijvoorbeeld het moment dat je in de rivier springt, de geboorte of de tijd waarin je wordt grootgebracht. Maar er zijn altijd wel mogelijkheden om tegen de stroom in te gaan en af en toe aan de oever te gaan staan. Dus er zijn dingen die je wel zelf kan beslissen en dan is zo dat idee voor de sprong in de tijd ontstaan.

Op uw tournee zullen dan ook maar enkel nummers uit de eerste en laatste plaat te horen zijn?

Dat klopt, het idee is ontstaan toen we aan het repeteren waren. Ik heb heel veel nummers geschreven doorheen die 25 jaar. Mijn eerste idee was om uit de verschillende periodes een nummer te nemen. Toen waren we aan het repeteren en aan het eten met een lekker Belgisch biertje. Dan ontstond het idee, samen met de band, om ons te beperken in nummers omdat daar veel meer vrijheid in zit. We beslisten om alle nummers te nemen die in 1991 geschreven en uitgekomen waren en dat zijn eigenlijk de eerste twee platen. Bijvoorbeeld “Ik Heb Je Lief” dat is gemaakt met beelden van de oorlog in Joegoslavië op televisie. Dit samen met het album van 2016 neemt de mensen eigenlijk mee in een soort teletijdmachine. We wilden eigenlijk ook de oude versies brengen zoals Papa zingen zoals die is opgenomen toen. “Is Dit Nu Later?” met een stevige fond.

Nu speelt u voornamelijk met band. Wat is voor u het verschil met solo optredens?

Ik heb nog nooit met zo’n band als deze groep gespeeld. Ik ben ook op een moment in mijn leven namelijk boven de 50, dat ik dingen makkelijker loslaat. Vroeger had ik meer het idee dat ik alles moest controleren en werd tekst en muziek door mij geschreven. Nu schrijf ik enkel de tekst en af en toe ook een nummer. Het leukste vind ik dat we dan samen zitten met de groep en ik afkom met mijn boekje vol ideeën. Dan gaan we voor een paar dagen in de repetitieruimte zitten en beginnen we te spelen. Het zijn niet enkel goeie muzikanten maar ze zijn ook goeie componisten. Sinds de laatste jaren gooi ik alles open en ik vind dat fantastisch.

Hoe bent u dan op dat idee gekomen om met een groep te gaan samenwerken?

Ik kreeg in 2009 een opdracht van het metropool orkest op televisie in Nederland om met een groot orkest 12 songs te schrijven met als basis De Bijbel. Maar niets te maken met godsdienst en wel met de mythologie. Ik vond dat een fantastische opdracht. Ik ben dan eerst de tekst gaan schrijven en toen ben ik met de band gaan samenzitten. Dat was zo geweldig, geen enkel moment van ruzie, geen foute discussies. Alleen maar het vizier op hoe een nummer kon worden uitgewerkt. Bijvoorbeeld een vrouw die wordt uitgehuwelijkt, dan neem je Noord-Afrikaanse ritmes. Zo is dat proces eigenlijk geleidelijk begonnen. Bij de laatste twee platen zijn we van niets begonnen en hebben we dat zo uitgewerkt. Voor mij als muzikant is dat interessant omdat je zo nieuwe ruimtes toevoegt aan je leven. Ik ben een heel grote avonturier maar ik moet het gevoel hebben dat ik iets leer. Ik wil niet bevestigd worden in wat ik al kan. Ik wil zoeken naar iets wat ik nog niet gedaan heb. Zo blijft mijn leven dan ook mateloos boeiend.

U heeft ooit als Joop Mengelmoes in de Samson & Gert series gespeeld. Zou u ooit nog eens iets voor kinderen willen doen?

Ik ben momenteel bezig met een plaat voor kinderen die ik zelf zing. De helft is ongeveer af, maar dat gebeurt zeer geleidelijk aan. Er zijn veel dingen voor kinderen waar de ouders niet graag naar luisteren. Ik heb ook nog dingen voor Samson geschreven maar daar was ik op een gegeven moment helemaal klaar mee. Ik wist echt niet meer wat ik die hond moest laten zingen en dan moet je daar mee stoppen. Het was wel plezant om te doen dus dat staat wel nog op mijn planning.

Voor Samson heb ik kindertheater gedaan en dat was eerder bij toeval. Ik heb nu zelf kinderen en het is één groot theater bij ons thuis. Maar dat acteren zou ik niet specifiek opnieuw willen doen. Het was eerder bij toeval en ik voelde ook al snel dat ik daar uit moest. Zeker bij Samson, ik amuseerde mij daar rot anderhalf jaar. Maar toen kwam mijn eerste plaat uit en kwamen kinderen op straat achter mij aan en toen wist ik meteen dat ik ermee moest stoppen. Voor je het weet, blijf je jouw hele leven lang Joop Mengelmoes en dat wilde ik niet. Maar ik vind het wel leuk als mensen daar nu over beginnen. Sportjournalist Ruben Van Gucht noemt mij altijd Mengelmoes, dat vind ik wel geestig.

Het is niet dat u ooit nog zou terug acteren in een kinderserie?

Nee, ik zou wel nog graag eens acteren maar dan niet voor kinderen. Ik heb theaterschool gestudeerd aan Herman Teirlinck dus dat zit wel in mij. Maar als ik dat met een paar vrienden zou kunnen doen zoals Peter Van Den Begin, Filip Peeters of Michaël Pas zou dat geweldig zijn. Wij zaten allemaal bij elkaar in de klas en misschien dat we op een dag beslissen om samen, gewoon voor de lol, een stuk te doen. Ik merk wel dat die school een grote invloed heeft gehad op mij. Zeker waar ik nu ben. Vroeger verzette ik mezelf daar een beetje tegen. Nu voel ik me heel gemakkelijk bij het nemen van de ruimte. Als ik “Wodka” breng dan is dat bijna een toneelstuk. Dan sta ik helemaal niet te zingen, dan ben ik gewoon een gast die poepeloere zat is en een vrouw wil binnendoen. Dan ontdek ik toch dat er wel een acteur in mij zit.

Probeert u tijdens uw live-shows dan een acteerprestatie neer te zetten?

Ik heb het wel al eens gedaan toen ik solo optrad. Een paar jaar geleden in De Vuurvlieg, een soort verhaal heel dicht tegen het stand-up genre aan. Ik speelde wel af en toe nummers maar ik ging ook naar de micro en dan vuurde ik van alles af op het publiek. Ik vind het interessant om dingen te onderzoeken en ik vond dat heel tof om te doen. Maar daarna was het dan ook weer leuk om met de band op tour te gaan.

De plaat wordt vergezeld van een boek. Hoe probeert u de muziek te combineren met een boek?

Toen het ging over die 25 jaar dacht ik dat het tof zou zijn om een keuze te maken tussen liedteksten. Ik keek welke teksten er voor welke periode relevant waren en toen probeerde ik daar vanboven op te kijken. Ik had geen zin om anekdotes te vertellen, ik wilde veel meer mijn ontwikkeling tonen. Het is een soort proces dat je ondergaat. De thema’s die je beschrijft ondergaan een evolutie. De invloed van Vlaanderen en Zuid-Afrika op mij als Nederlander zijn heel groot geweest. Ik vond het zeer leerrijk om eens mijn teksten te nemen, daar een keuze uit te maken en daar dan tussen te schrijven. Ik heb als het ware door mijn leven gefietst in dat boek. Ik moet dat niet te veel doen, maar bij tijd en wijlen is dat goed.

Staat het boek volledig los van de cd?

Het boek gaat over vroeger, de cd is nu. Ik heb daarvoor wel al boeken gemaakt met beeldend kunstenaars. Dat was vooral tijdens de eeuwwisseling toen ik een stembandontsteking had. Ik mocht toen drie maanden niet zingen en ik wist ook niet of dat goed zou komen. Dus toen kwam ik op het idee dat ik iets moest hebben voor het geval ik niet meer kon zingen. Dan ben ik maar gaan doen waarvoor ik dit begonnen ben. Ik wilde als kind eigenlijk altijd schrijver worden, dus dan ben ik maar gaan schrijven. Boeken met ongeschreven woorden. En dat doe ik nu nog steeds. Het zijn er zo’n vier of vijf die al verschenen zijn ondertussen. Telkens wanneer ik een interessante beeldend kunstenaar tegenkom, dan stel ik hem voor om samen een boek te maken.

Stelt u dit dan gelijk aan muziek maken?

Ja, muziek is een andere stijl, dat is hier en nu. In school noemden ze dat de maat van de tijd. Je luistert naar muziek en het gaat voorbij. Het feit dat je muziek kan opnemen is niet de essentie ervan. Je moet erbij zijn en je moet het horen. Bij een boek en beeldende kunst is het alsof je de tijd bevriest of vastpakt in een vorm. Maar het huwelijk tussen de beide is hetzelfde. Als je taal naast beeld zet of taal combineert met muziek, is dat een soort huwelijk of balans die je moet uitzoeken om het te doen kloppen. Ik vind dat wel fascinerend. Nu zelfs in het boek komen liedteksten naast een soort prozateksten. Dus ik zoek zo veel mogelijk de twee kanten in een verhaal.

Wordt in het boek dan vooral een verhaal verteld of zijn het meer loshangende stukken?

Het is een doorlopend ding. Ik vertel hoe ik begonnen ben, wat voor mij taal is, waarom ik in mijn eigen moedertaal zing en waarom ik een bepaald onderwerp kies. Maar ook over de mensen die ik tegenkom (Boudewijn De Groot, Ramses Shaffy, Johan Verminnen, Raymond Van Het Groenewoud) die op mij persoonlijk een grote invloed hebben gehad.  Het gaat niet zo zeer over muziek of over mij, maar over een leven. Het geldt voor ons allemaal. Je legt een weg af en  af en toe weet je het niet meer. Dat zijn heel belangrijke momenten omdat je daarna ruimte ziet die opeens openligt. Soms loop je in cirkels en moet je daar uit zien te breken.

U bent één van de weinige Nederlandstalige artiesten die zowel in Nederland, België als Zuid-Afrika successen kent. Hoe komt dit denkt u?

Ik woonde sinds 1984 in Vlaanderen en in ‘91 kwam “Papa” uit. Dat was eigenlijk de poort naar alles maar ik was al zeven jaar in Vlaanderen. In die eerste jaren dat ik hier woonde, kreeg ik echt een confrontatie met waar ik zelf vandaan kwam. De taal en attitude waren helemaal anders. Die eerste zeven jaar waren vooral Vlaamse invloeden die ik kreeg. Ik werkte toen met Ingeborg waardoor ik ook wat West-Vlaams leerde. Toen ze samen met mij op het Eurovisiesongfestival speelde, werd ik eigenlijk gelanceerd. Het was niet mijn ding maar het zorgde wel voor bekendheid. Dus ik heb altijd met Vlamingen gewerkt en geleefd.

Ik klink heel Nederlands, maar die eerste plaat had ik nooit in Nederland kunnen schrijven. Raymond zei tegen mij: “In plaats van de klootzakken in iemand anders te beschrijven zou je beter de klootzakken in jezelf beschrijven”. Ik werd dus gedwongen om persoonlijker te worden. Zo is heel die plaat dan ook, dat is geen cabaret maar zoeken naar iets anders. Toen kwam die plaat uit en werd “Papa” een gigantische hit in Nederland. Dat was raar want ik ging dan terug naar mijn geboorteland maar bleef in België wonen. Nederland lag wel in het vooruitzicht, dat was langs één kant wel logisch.

Zuid-Afrika is een ander verhaal. Op een terras in Antwerpen kwam ik Johannes Kerkorrel tegen, een beetje de Boudewijn De Groot van Zuid-Afrika. Fantastische gast en er ontstond vriendschap waarna we samen iets maakten. We vlogen samen naar Johannesburg en maakten er een nummer. Ik was daar dan en ik vond het fascinerend, ik werd verliefd op dat land. Het was ook de problematiek in dat land dat me aansprak. Het was een moment in de geschiedenis waarop alles open lag. Alle jonge gasten die ik toen tegenkwam, hadden een waanzinnige verbeelding. Ze hadden elk een eigen politieke mening en dat kende ik helemaal niet op die manier. Als je daar een standpunt innam, kon je wel reactie verwachten. Het is iets waar we nu in Europa langzaam naartoe gaan.

Ik was daarnaast ook echt gefascineerd door de taal. Ik had net hetzelfde toen ik voor het eerst West-Vlaams hoorde. Je krijgt een spiegel van jouw eigen spreektaal. Als je met taal bezig bent dan zie je dat in Zuid-Afrika net zoals in het West-Vlaams die dubbele ontkenning ook bestaat. Dus er liggen een heleboel linken tussen die twee talen. Ik hou enorm veel van onze taal omdat dat onze emotionele klank is.

Daarna heeft u verschillende reizen door het Afrikaanse continent ondernomen. Welke invloed had dat op u?

Het had vooral veel invloed op de muziek. Ik werd in Afrika in een bad gegooid van een idee over muziek die ik niet kende. Het ging veel meer over de spirituele kant van muziek. De mensen spelen daar ook tot ’s avonds laat in zo’n compound, een dorpje met van die hutjes. Die spelen dan op oude gitaren tot twintig minuten dezelfde akkoorden. Maar bij hen zit het verschil dan door te variëren met stemmen.

Daar heb ik verschrikkelijk veel geleerd omdat ik vooral dacht in liedjes. Toen ik daar kwam ontdekte ik dat daar een wereld onder ligt. De gevoelsstroom van een nummer ligt onder de tekst, onder de compositie en onder de melodie. Daar zit iets wat je moet proberen vast te pakken. Hierdoor kom je al snel op heel andere dingen. Toen Brel vroeger met zijn muzikanten praatte, deed hij dit in kleuren. Dat is veel meer de zwarte benadering van muziek, niet te technisch. Maar ik ga daar niet gaan rondlopen met een rastakapsel omdat ik een witte jongen ben uit de lage landen.

De elementen die daar zijn hebben wij natuurlijk ook gekend voordat het Christendom hier aan land kwam waaien. Toen stonden wij veel dichter bij de natuur. Dit heb je nog steeds meer in België dan in Nederland. In Nederland proberen ze te veel Amerika na te bootsen terwijl hier in België de artiesten veel authentieker zijn. Zo krijg je goeie films die je nergens anders in Europa ziet maar wel internationale uitstraling hebben.

Ik ben nu bezig met een jongen uit Congo-Brazzaville (Sylvestre Kabassidi) in Kaapstad. Hij zingt in het Larie of Frans en ik in het Nederlands of Zuid-Afrikaans. Onlangs moesten we spelen in een café in Kaapstad omdat ik eerst eens wilde iets samen doen met hem (Ik neem hem waarschijnlijk volgend jaar hier naartoe). Dan zitten we te repeteren en ik vroeg hem om een setlist te maken. Kijkt hij naar mij en zegt hij “Why should we make setlist? We’ll see”. Dan kom je op een heel essentieel ding, ik moest het moment pakken. Ik zei tegen Sylvestre dat het goed was. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik zonder setlist het podium opging. Normaal heb ik altijd een structuur in mijn hoofd en denk ik aan wat er moet volgen. Nu was er niets dus het kwam gewoon. Topavond! Dat leer je dan op je 54ste, het houdt niet op. Dat moeten mensen ook weten, het is een proces dat door blijft gaan. Je leert buiten de eigen grens vooral wie je zelf bent en waar je vandaan komt. Door samen te werken met zwarte jongens leer ik iedere dag nieuwe dingen bij. Je beseft dat je anders bent.

U bent nu 25 jaar bezig. Merkt u een verschil tussen vroeger en nu?

Vroeger was er nog niet zo’n veelheid aan dingen zoals er nu zijn. Als je in het juiste spoor terechtkwam kon je iets opbouwen. Ik had het geluk dat mijn debuutplaat meteen werd opgepikt en mijn carrière zo werd gelanceerd. Vroeger kon je iets opbouwen, nu moet je meteen presteren. Ik blijf zoveel mogelijk onder de radar, ik zoek de publiciteit niet. Ik doe wel ieder jaar een theatershow maar daar is niet altijd iets over terug te vinden in de pers. Dus bij mij zit er een constante in, nu is dat heel moeilijk.

Het fantastische aan internet is dat iedereen die met muziek bezig is dat naar buiten kan brengen. De veelheid maakt het dan weer moeilijker om iets op te bouwen. Toen ik begon stond ik als performer nergens. Ik heb de kans gehad in verschillende theaters om mijn show op te bouwen. In het begin zat er dan maar 40 man in de zaal, een volgende keer 60 en zo bouwde dat geleidelijk aan op. Nu zit dat meteen boemvol.

De mensen die nu tussen 20 en 30 zijn weten wel veel meer dan wij toen. Maar dat maakt het ook iets diffuser. Zij gaan een talent ontwikkelen om te kiezen aan de veelheid van mogelijkheden. Ik heb ook les gegeven aan die generatie zoals Wannes Capelle en Hannelore Bedert. Ik zag toen al dat die mensen veel verder stonden dan ik toen. Ze hadden hun eigenheid. Nu worden het ook interessante tijden als songwriter. Je moet jezelf niet met politiek bezighouden maar er moeten wel statements gemaakt worden. Wij zijn de mensen die het kunnen, want we ontroeren mensen met onze muziek.

Maakt u dan ook zelf statements?

Altijd gedaan, als iets me pakt dan doe ik dat. Mijn vorige plaat “Mooie Waanzinnige Wereld” is één groot statement. “Narrenschip” gaat over deze wereld die onbestuurbaar wordt. Natuurlijk is er wel iemand die doet alsof hij de matroos is maar eigenlijk kent hij er geen flikker van. Overal in Europa, alle politieke leiders vind ik echt een zwaktebod op dit moment. De ideologie is weg. Bij Merkel heb je dat een beetje, je voelt dat er een licht van een idee achter haar schijnt. De meeste mensen zijn maar bezig met een electoraat te winnen. Dat is net hetzelfde alsof je alleen maar stront zou produceren met muziek om alleen maar plaatjes te verkopen.

De actualiteit kruipt dan heel erg in uw nummers?

Ja, maar ik weet het ook niet. Als muzikant moet je een spiegel opbouwen. Vroeger had ik wel eens de neiging om te denken dat ik het wist maar zo mag je een nummer niet schrijven. Als er een kist terugkomt uit Irak met de Nederlandse vlag erop, dat was in 2006. Tegelijkertijd wint Pieter Van Den Hoogenband de gouden medaille van 100m vrije slag op de Olympische Spelen in Athene. Dan zie je op dezelfde dag een vlag omhoog gaan en je ziet een vlag over een kist van de eerste soldaat die terugkomt uit Irak. Toen heb ik het nummer “Welkom Thuis” geschreven. Daar zit de wrangheid van die twee dingen in.

Je voelt dat we naar een tijd toegaan die niet klopt, wij hebben daar niets te zoeken. We doen mee met Amerika en Groot-Brittanië maar we weten helemaal niet wat ze daar doen. Nu blijkt dat ze de hele boel belazerd hebben. Ze hebben gewoon gelogen over het feit dat daar kernwapens waren. Daar zijn allemaal blatante leugens geweest. Eigenlijk voelde je dat toen. Toen had je één of andere Harry Potter in Nederland, Balkenende, die zei: “Wij gaan ook vechten”. Dan dacht ik “Wie leidt ons hier?!”

Dus dan schrijf ik zo’n nummer en een maand later staan de ouders van die jongen in het theater voor mij. Dan gebeurt er iets natuurlijk. Ze bedankten mij omdat ik er had voor gekozen om hem centraal te stellen. Ik vond dat die zwemmer al genoeg werd gevierd. Als songwriter zijn dat momenten die belangrijk zijn. Ik schrijf verschillende liedjes over onderwerpen die voor mij belangrijk zijn. Vroeger dacht ik dat alles wat ik schreef interessant was, maar de helft slaat nergens op. Maar van de zes liedjes die je maakt is er maar één die ook andere mensen gaat raken. Die andere heb je nodig om daar te geraken.

Merkt u dan dat het publiek zich aangesproken voelt?

Gisterenavond in Eindhoven speelden we “Dichter Bij De Kern”. Bij Van Gils En Gasten speelde ik na de show een nummer over Vlaanderen, dan gebeurt er wel iets. Omdat we nu met vijf creatieve motoren zijn, volgen er meer sluizen. Hierdoor werkt ieder nummer wel beter dan als ik dat alleen zou schrijven. Over het algemeen probeer ik nummers te schrijven die de mens in mij kan zingen. Dan kan je iemand in de zaal raken. Of het nu een postbode of professor is, dat interesseert mij niet.

Uw grote hit “Papa” is ondertussen al 25 jaar oud. Bent u dat na al die tijd nog niet beu?

Nee totaal niet. Het nummer verandert doorheen de tijd. Als ik zelf vader word, verandert het licht op dat nummer. Ik heb dat al heel veel gezongen maar ook heel vaak totaal anders. Ik heb ooit eens het woordje Papa weggelaten tot aan het einde. Het was een idee van Frank Boeijen en dat werkte. Op het einde kwam dan de Primal Scream, een kind dat Papa roept.

Vorig jaar overleed mijn vader en toen speelde ik gewoon andere akkoorden. Het nummer werd dan helemaal op zijn kop gezet. De mooiste versies heb ik voor een goed doel gespeeld, die zaten dan het dichtst bij het gevoel dat een liefdeslied is. Voor deze tour zing ik het weer zoals ik het helemaal in het begin zong. Ik zing de zinnen daarin zeer snel. Soms verander ik zelfs de zinnen in een liedje. “We komen elkaar na de dood nooit meer tegen” wordt bijvoorbeeld “We komen elkaar na de dood misschien niet meer tegen”. Ik ben niet gelovig maar het is op mijn leeftijd oninteressant om te zeggen wat de waarheid is.

Bent u nu een Vlaming of een Nederlander?

Ik heb daar al veel over zitten denken. Door de jaren heen toen ik in Antwerpen kwam wonen, wenste ik een Vlaming te zijn. Ik besefte al snel dat hoe Vlaams ik ook zou klinken, ze me altijd als een Nederlander zouden beschouwen. Niets negatiefs, eerder van “Ge zijt ne goeien”. Toen ik in Zuid-Afrika aankwam, mijn vrouw is van daar en kinderen zijn daar geboren, heb ik me meteen gerealiseerd dat ik altijd een buitenstaander zal blijven. Hierdoor kwam ik sneller dicht bij die cultuur. Op een gegeven moment wist ik helemaal niet meer waartoe ik behoorde.

Ik ben in Nederland geboren, geworteld in Vlaanderen en dan naar Zuid-Afrika gegaan. Nu woon ik in België en in Kaapstad en dat is één land voor mij. In Nederland zou ik niet meer gaan wonen, ik vind het te gek om daar te spelen en mijn roots liggen daar. Maar ik voel daar niets meer voor. Dus ik ben een Vlaamse kaaskop in Kaapstad, in die volgorde. Vlaanderen zit het dichtst op mijn huid, Nederland zijn mijn ouders en Zuid-Afrika is het land van mijn geliefde en ook mijn land. Als ik dan reis van Kaapstad via Nederland naar mijn huis in het Waasland dan is dat voor mij allemaal één land.

< Niels Bruwier >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news