PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Interview The Rhythm Junks

vrijdag 05 februari 2016


Interview

The Rhythm Junks is een trio bestaande uit Steven De Bruyn, Jasper Hautekiet en Tony Gyselinck. Het zijn drie generaties die elk hun eigen stempel drukken op de sound van de groep. Dat geluid is niet in één hokje te stoppen en dat wil de groep niet. De band bracht twee albums uit met een volwaardig blazerskwartet en heeft net hun tweede zonder dit blazerskwartet uit. “It Takes a While” vertrekt waar het vorige album “Beaten Borders” eindigde. Enkele dagen voor hun release praatte concertnews met Steven en Jasper van The Rhythm Junks over hun passie voor reizen en hun liefde voor jazz.

Jullie gaan al meer dan 10 jaar door het leven als The Rhythm Junks. Is de fascinatie voor ritmes nog steeds zo groot?

Steven: Het is zo dat onze fascinatie ondertussen wat meer richting sound en klanken gaat.  Een groepssound en eigen smoel zijn belangrijker geworden dan de experimenten met ritme. In het begin deden we dat wel, toen zaten er in elk nummer meerdere ritmeveranderingen. Nu doen we dat iets minder. In dat opzicht zijn we misschien wat gerijpt. Maar we zouden niet zomaar van naam veranderen. Toen we aan ons vorig album begonnen hebben we daar even over nagedacht. Dat was de eerste plaat zonder blazers.

Jasper: Toen we als trio verder gingen, vroegen we onszelf heel even af of dit nog steeds The Rhythm Junks waren. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat het nog steeds dezelfde groep is. Want we bouwden eigenlijk verder op wat we gedaan hadden, met of zonder blazers.

Dit is de tweede plaat als een trio. Gaat jullie voorkeur nu naar de Less is More attitude?

Jasper: Blazers zijn altijd feest. Het is altijd tof met hen. Maar meer volk is veel moeilijker om te organiseren, het is logger. Muzikaal is dat een keurslijf waarin je vastzit. Het hangt veel meer vast aan arrangementen. Hoe meer muzikanten hoe moeilijker het is om alles samen te brengen.

Steven: We hebben de tijden niet mee om met veel man de baan op te gaan. Je ziet dat veel minder en minder. Moesten wij daar ooit nog eens de gelegenheid toe krijgen zouden wij dat zeker zien zitten. Het is soms een uitdaging om vanuit een beperking te beginnen en te kijken wat je uit die beperking kan halen. Hierdoor word je juist nog creatiever. Vroeger werkten we minder lang aan songs. Als je de songteksten hebt en de blazers zijn daarop geschreven, kan je daar niet veel meer aan veranderen want dat is vast. Nu kunnen we daar makkelijker terug een draai aan geven ter plekke. We zijn met drie man en het wordt altijd wel door iemand anders opgevangen. Dat is een voordeel vind ik.

Hoe hebben jullie die oude nummers proberen converteren naar die stripped-down versies?

Jasper: Het is heel moeilijk om die oude nummers zonder blazers te brengen. Bij sommige nummers hebben we wel eens bekeken of ze die blazerspartijen kunnen missen. Sowieso klinkt het iets puurder. Bijvoorbeeld “Joint The Buzz” of “Best Kept Secret” dat zijn nummers van de tweede plaat die we nog steeds live spelen. Die songs hebben een ander arrangement gekregen maar blijven live nog steeds overeind.

Het nieuwe album begint waar het vorige album eindigt. Is dit een verlengstuk van Beaten Border?

Steven: Het is een voortzetting van het vinden van ons eigen gezicht, onze eigen klank. Ik heb nog nooit een andere groep gehoord die deze klank maakt. In dat opzicht ben ik er wel blij om. Het blijft altijd zoeken. Op de vorige plaat speelde ik nog gitaar en op een zeker moment gingen we op tournee. We reizen echt zo compact mogelijk dus in een Espace. We beginnen de wagen vol te laden en die gitaar paste daar niet meer in. Toen dachten we: “Moet die mee?” en ik zei: “Natuurlijk, die nummers zijn zo geschreven”. Dan kwamen we tot de conclusie dat we die gitaar eigenlijk niet nodig hebben. Ik heb die nummers dan op een andere manier gebracht.

Voor de opnames van de nieuwe plaat heb ik die gitaar laten vallen. Een gitaar heb je in veel groepen, maar zoals we nu klinken is dat specialer. Maar dat gaat zeker niet bij iedereen in de smaak vallen. Maar als je gaat voor iedereen heb je ook water. Dat is zoals bij een sterk bier. Niet iedereen lust een Orval maar dat heeft wel een uitgesproken smaak. Dus de personen die dat echt lusten, die lusten dat misschien veel harder dan een glas water. Zo is onze muziek een beetje.

Is het dan niet de bedoeling om een groot publiek aan te spreken of hoe zien jullie dat?

Jasper: Een groter publiek is vaak minder waard dan een klein trouw publiek. Als je echt uw eigen ding doet en niet probeert om het publiek naar de mond te praten of te doen wat ze verwachten omdat je een hit hebt gehad. Je merkt dat dit waardevoller is. Je moet niet gaan voortborduren op één hit. Mensen zullen veel trouwer zijn en meer volgen wat je doet.

Hoe proberen jullie zo authentiek mogelijk te klinken?

Steven: Door te zijn wie we zijn. We gommen onze beperkingen weg en klinken heel eerlijk op plaat. We schaven er niet zodanig aan dat alle imperfecties weg zijn. Integendeel, we houden van de imperfecties.

Jasper: Ik hoor heel graag imperfecties. Platen met fouten zijn geniaal.

Staan er imperfecties op jullie nieuwe plaat?

Jasper: Er bestaan eigenlijk geen imperfecties. Als je bijvoorbeeld naar een oude plaat van Curtis Mayfield luistert, hoor je wel eens een trompet die uitschiet. Toch hebben ze gekozen voor die take. Ik vind dat mooi. Je hoort dat het mensen zijn die muziek spelen en niet een machine die alles heeft rechtgetrokken. Op bepaalde oude platen hoor je soms dat een versterker het begeeft. Toch had die take iets magisch en wordt hij behouden. Dat klinkt heel eerlijk en dat is waar het om draait. In ons geval zijn dat drie mensen met verschillende invloeden en karakters die proberen te zijn wie ze zijn.

Hoe is het album tot stand gekomen?

Steven: We zijn begonnen met een jamsessie en toen hebben we gewoon gespeeld. Vaak wierpen we een idee op naar elkaar en keken we wat we daarmee konden doen. We werkten richting een song toe maar legden het nog niet helemaal vast zodat we in de studio nog een andere kant uit konden. Dan namen we een handvol van die songs op en de beste kwamen op de plaat terecht. In vijf dagen was de plaat eigenlijk opgenomen.

Jasper: We zijn eigenlijk eerst een hele tijd samengekomen en deden aan improvisatie. We keken wat de goeie momenten waren. Daar bouwden we op voort.

Steven:
Het is heel anders dan bij singer-songwriters. Zij vertrekken vanuit een song met een aantal akkoorden. Daarna proberen ze de song te brengen met piano, gitaar en andere instrumenten. Het is een heel andere insteek bij ons. Wij vertrekken vaak vanuit de muziek en kijken daarna of het voldoende is, of er nog tekst bij kan. Dat is een ander werkingsproces en dat vind je niet zomaar op één, twee, drie.

“It Takes a While” neigt meer richting jazz bijvoorbeeld bij “Hunters Of The Heart”. Is dit een bewuste richting?

Jasper: In onze muziek zitten sowieso al veel jazzinvloeden. We beschouwen onszelf niet als jazzgroep. Tony heeft lang gespeeld bij het jazzorkest van de VRT, met Toots Tielemans en ga zo maar verder. Dus die heeft een lange staat van dienst in dat genre. Ik heb zelf jazz gestudeerd. Steven luistert heel veel naar dat genre. We spelen veel samen met zulke muzikanten. We zijn heel zot van jazzmuziek maar onze muziek kan je zo niet omschrijven. We hebben wel al veel op zo’n festivals gespeeld. Bijvoorbeeld in Shanghai of Nairobi zijn het altijd jazzfestivals. Dan merk je wel dat we de vreemde eend zijn. Toch voelen de mensen wel aan dat het daar past. Het is niet de traditionele klank maar het hoort er wel. We spelen vooral met een jazz-attitude. De vrijheid en interactie is erg belangrijk bij ons.

“Trying To Listen” is een echt popnummer dat zo op de radio kan gedraaid worden. Van waar die diversiteit?

Jasper: We zijn drie totaal verschillende generaties en persoonlijkheden. Wij zuigen onze invloeden op en als je die uitwringt is het telkens een verrassing wat er uitkomt. Het is niet dat we op voorhand al meteen denken welk soort genre onze plaat krijgt. Ik heb soms het gevoel bij veel nieuwere groepen dat daar een formule wordt gemaakt. Dat is bij ons helemaal niet zo. Er zitten veel invloeden in maar ze komen eruit zoals we ze opnemen.

De groep bestaat uit drie verschillende generaties. Hoe proberen jullie dit in de muziek te vertalen?

Jasper: Je merkt dat het referentiekader bij iedereen anders is. Er is natuurlijk een groot stuk dat overlapt maar bij Tony, die al sinds de jaren ‘60 beroepsmuzikant is, zal de invloed wat anders zijn. Toch zitten wij muzikaal op dezelfde lijn. Zonder dat we alle referenties kennen van elkaar. Als ik iets aanbreng heb ik soms iets in gedachten wat Tony niet kent. Maar die begrijpt waar het over gaat, hetzelfde omgekeerd. Dat vind ik wel mooi dat we met die verschillende mensen en referenties toch dezelfde richting kunnen uitgaan. Bij ons werkt dat elkaar niet tegen.

Steven: Het is mooi om de métier van Tony te zien. Door die andere generatie is hij heel inspirerend. Als jonge muzikant zie je hem helemaal anders werken in vergelijking met tegenwoordig. Als we bijvoorbeeld gaan repeteren zie je hem warmspelen voor de repetitie terwijl we zeker nog een aantal uur moeten repeteren. Ik vind dat indrukwekkend en ik probeer om daar iets van op te steken. Het komt er niet zomaar altijd uit maar het helpt wel om via uw instrument een manier te vinden om daarmee bezig te blijven. Dat vind ik heel mooi en een voordeel aan in een band te zitten met drie generaties. De onbevangenheid van de jeugd is zeer tof.

We houden het altijd uit en doen dapper verder. Ons bootje heeft al in storm gezeten maar we zijn altijd heldhaftig blijven verder varen. Heel veel groepen met dezelfde leeftijd geven er bij een storm snel de brui aan. Maar hier is er altijd ene die aan het stuur draait en zegt dat we de moed niet moeten opgeven. Dat is heel schoon. Ik denk dikwijls: “Zo’n band als The Rhythm Junks ga ik nooit meer vinden”.

Jullie breken muren tussen verschillende genres. Is het belangrijk dat de groep niet in één hokje kan gestopt worden?

Steven: Liefst, het is gemakkelijk om iemand in een vakje te steken. Een mondharmonica heeft maar twee soorten vakjes: blues of country. Maar het is makkelijk om op basis van een type bas een genre toe te kennen. Ik vind dat alleen maar een nadeel voor muziek dat er soms een vakje op hoort. Heel veel mensen haken daardoor af. Je moet eigenlijk onbevangen kunnen luisteren naar muziek. Ik luister heel veel naar muziek die grensoverschrijdend is. Vanaf dat het te hard in de niche gaat, vind ik het al niet meer interessant.

Jasper: Mensen hebben daar blijkbaar nood aan om dingen te benoemen. Ze vinden het moeilijk als ze iets niet kunnen plaatsen. Uiteindelijk moet je dat overstijgen. In onze biografie staat er geen genre vermeld. Dat is niet van toepassing, er zit wat jazz in, pop, rock, blues, funk en soul. Alles is eigenlijk aanwezig. Het heeft geen belang. Zoals Duke Ellington het ooit eens zei: “Er zijn maar twee soorten muziek: Goeie en slechte muziek”.

De tour brengt jullie naar Japan. Hoe is het om daar op te treden als Belgische band?

Steven: Heel fijn, Azië op zich is eigenlijk een heel warm publiek. Je zou denken dat die gereserveerd zijn maar dat is niet zo. We hebben al een staande ovatie meegemaakt of mensen die gewoon het podium oplopen en ons knuffelen. In China was er zelfs eens iemand die constant “Sexy Boy” schreeuwde naar ons.

Waar hopen jullie met dit album te geraken?

Steven: Wij willen altijd onontgonnen terrein bereiken. Plekken waar we nog niet geweest zijn ontdekken. We kregen gisteren een e-mail vanuit Frankrijk van een klein festival dat ons daar wil. We zouden dat heel graag doen en het ziet er naar uit dat dit effectief zal gebeuren. Onze plaat is daar zelfs nog niet uit. Voor ons is het belangrijk dat we gestaag ons ding kunnen doen. Wij zijn muzikanten en willen het liefst spelen. Veel groepen willen zo weinig mogelijk spelen en zo veel mogelijk recette maken. Als ik soms jonge groepen hoor, klinkt het alsof die meteen in een stadion willen spelen. De muziek klinkt nochtans nergens beter dan in een kleine club. Misschien komt er ooit een moment dat een stadion toffer wordt maar dat wil ik wel nog eens zien.

Jasper: We vinden het verrijkend om op plekken te komen waar je anders niet komt. Twee jaar geleden stonden we in Nairobi op een jazzfestival. Dan kom je terug met heel veel inspiratie en energie. In onze plaat zitten veel invloeden van de reizen die we gemaakt hebben. De energie die daar ontstaat neem je altijd mee op plaat. Door in verschillende landen te spelen, word je als groep heel sterk.

In welk land zouden jullie echt graag eens willen spelen?

Steven & Jasper: Brazilië.

Steven: Dat is een ongelooflijke smeltkroes van culturen. Ik heb eens op een plaat van een Braziliaanse DJ gespeeld die zang van de volksstammen opnam om daar muziek op te zetten. Op een gegeven moment had hij een stam gevonden die polyfonisch zong. De culturen hebben elkaar daar verrijkt en muzikaal vind ik dat een zeer boeiend land. Ik zou graag willen zien hoe onze muziek daar zou werken. Een aantal van mijn inspiratiebronnen komen van daar zoals Tom Zé.

< Niels Bruwier > 

Tourdata voorjaar 2016: 

05/02 BRUSSEL (BE) – AB
18/03 HASSELT (BE) – MUZIEKODROOM
19/03 EEKLO (BE) – N9
22/03 BREMEN (DE) - KARTON
23/03 HANNOVER (DE) – LINDWURM
24/03 APELDOORN (NL) - FLIEREFLUITER
25/03 HARDERWIJK (NL) – ESTRADO
01/04 ANTWERPEN (BE) - DE ROMA
14/04 DÜSSELDORF (DE) – DIE KASSETTE
15/04 DETMOLD (DE) – KAISERKELLER
16/04 KIEL (DE) – PRINZ WILLY
19/04 MAINZ (DE) – SCHON SCHÖN
20/04 CHEMNITZ (DE) – AALTRA
21/04 BERLIN (DE) – DUNCKER CLUB
22/04 KARLSRUHE (DE) – KOHI
23/04 STUTTGART (DE) – GALAO
25-29/05 KANAZAWA (JP) – BBW
01-05/06 OSAKA (JP) – BBW


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news