PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Interview Pieter Embrechts

vrijdag 19 februari 2016


Interview

Pieter Embrechts is een Belgische acteur, regisseur, auteur en zanger. Dat laatste is iets wat al sinds zijn jeugdjaren in hem zit. Hij speelde onder meer bij El Tattoo del Tigre en The New Radio Kings en zong toen in het Engels. In 2004 bracht hij “Maanzin” uit, een plaat met Nederlandstalige nummers. Nu is de opvolger “Onderwoud” uit. Een dubbelaar die aan de ene kant elektronisch klinkt en aan de andere kant intiemer gaat. Achttien nummers met elk een persoonlijke boodschap.

U studeerde af in kleinkunst en brengt nu ook een tweede soloplaat uit. Is de voorkeur voor zang groter dan voor het acteren of hoe ziet u dit zelf?

Het schrijven van songs is een soort van constante in mijn bestaan. Ik zit al sinds mijn veertiende in verschillende bands. Dat is altijd zo geweest en het voelt niet aan als kiezen. Als je kijkt naar de dingen die ik de afgelopen vijftien jaar gedaan heb, dan is het schrijven van songs daar altijd een deel van geweest. Soms was dat voor theatervoorstellingen waar veel muziek in zat. Maar ook voor bands zoals El Tattoo del Tigre en The New Radio Kings schreef ik songs.

Natuurlijk is er een verschil tussen Engelse nummers voor een grote band schrijven en persoonlijke Nederlandstalige nummers voor een kleine band. Bezig zijn met taal en iets vertellen dat misschien heel klein en ontroerend of vermakelijk en entertainend is, sluit ergens heel dicht aan bij een stuk schrijven of spelen. Het heeft te maken met taal, vertelling en jezelf geven aan een bepaalde inhoud. Het kan heel zwaar zijn maar tegelijk ook heel licht. Voor mij ligt dat helemaal niet zo ver uiteen. Voor mij is het logisch dat die twee interfereren. Mensen zien dat snel als twee gescheiden dingen maar voor mij is dat één.

Het is niet dat u een voorkeur heeft voor ofwel acteren of muziek?

Laten we zeggen dat muziek maken wel een soort van basisbehoefte is. Acteren is dat minder. Maar ik heb dat wel heel lang gedaan. Ik heb na de toneelschool heel lang als acteur gewerkt. Dat is voor een tijdje een soort van beroep geweest voor mij. Ik voelde wel dat gaandeweg muziek het gewoon overnam. Lang geleden zat ik in Amsterdam bij een theatercompagnie waar ik een stuk speelde. Ik zat toen op een appartement in Amsterdam. In mijn vrije tijd nam ik toen nog met een achttrack songs op.

Het sluimert eigenlijk een beetje. Soms zal het ene het overnemen als je iets gemaakt hebt en zal je terug gaan spelen. Soms zijn er gewoon vragen en opdrachten. Als ik kijk naar het voorbije jaar, speelde ik bijvoorbeeld mee in de Sinterklaasfilm. Je zou zot zijn om tegen Hugo Matthysen en Stijn Coninx nee te zeggen. Dan gaan we dat filmen en is muziek daar niet toevallig een groot deel van. Mijn rol is een zingend personage. Vroeger in het jaar heb ik een reeks gefilmd in Nederland: “Smeris” met Jeroen Van Koningsbrugge. Daar werd ik gewoon als acteur gevraagd en speelde ik. Nog vroeger dat jaar zat ik in Los Angeles met het Philharmonic Orchestra als klassieke zanger. Wat ik eigenlijk helemaal niet ben.

Ik denk dat songschrijven iets is dat een natuurlijke reflex is. Het is zoals Jacques Brel het zegt: “Muziek schrijven is één procent inspiratie en 99% transpiratie”. Je moet muziek altijd uitwerken en dat is het moeilijkere deel. Vaak is het hebben van inspiratie zeer makkelijk. Ik heb dat vaak wanneer er een tof idee in mij opkomt. Ik schrijf dat op of zing dat in op mijn iPhone. Mijn gsm staat vol met zulke opnames. Ik heb altijd schrijfboekjes bij waarin ik alles noteer. Wanneer ik het wil gaan uitwerken, is dat toch nog altijd iets anders.

Conclusie is dus dat spelen als acteur meer aanvoelt als een beroep waarbinnen ik gevraagd word. Songs schrijven is meer iets wat natuurlijk komt. Dat zou ik harder missen mocht het er niet meer zijn. Ik speel en zing thuis heel veel. Ik ben altijd nummers aan het maken. Ik had verleden week nog een lijstje gemaakt met nummers die qua songstructuur klaar zijn. Dat waren er zeventien. Dan dacht ik: “Oei, tijd om aan de nieuwe plaat te beginnen”.

“Onderwoud” is een dubbelaar. Waarom?

Ik had gewoon heel veel nieuwe songs. Maar er heeft heel wat tijd tussen gezeten. Ik heb tien jaar geleden het Nederlandstalige plaatje “Maanzin” opgenomen. Tussen die plaat en het album nu zitten heel veel andere platen. Maar dat zijn vaak projecten, theatervoorstellingen of andere bands. Maar die puur persoonlijke Nederlandstalige songs vanuit mezelf, dat is nog iets helemaal anders. Vaak denken mensen dat er tien jaar heeft tussen gezeten, maar dat is helemaal niet zo.

Nu waarom zoveel songs? Die waren er gewoon. Twee jaar geleden heb ik een heel uitgebreide tournee gedaan langs theaterzalen. Omdat we in zulke zalen stonden, heb ik gebruik gemaakt van de rust en stilte die je daar hebt. Ik bracht intiemere vertellingen of langere songs met veel verhaal. Vandaar dat er heel wat trage en verhalende songs op de plaat staan.  Er kwam toen heel wat volk kijken dus ik mocht niet vergeten om die songs op te nemen. Daar is dus pas tijd voor geweest het voorbije jaar.

Ondertussen waren er natuurlijk wel wat nieuwe nummers en verschillende muzikale samenwerkingen waaronder met Arne Van Petegem (Styrofoam), een fantastische elektronicaproducer. Dat werd me aangeraden omdat ik zelf veel met geprogrammeerde beats werk. Ik heb hem opgezocht zonder de bedoeling om daar dance mee te maken. Want zelfs in een akoestisch nummer kan je met elektronica sfeer en lagen maken. Daaruit is een heel fijne samenwerking ontstaan. Cd één zijn eigenlijk allemaal nummers waaraan ik met hem heb gewerkt. Vandaar dat het qua klankkleur toch iets anders is dan cd twee.

Waarom een dubbelaar? Omdat ik geen zin had om te wachten en die songs mee te nemen naar een ander album. Omdat ik dan liever echt aan iets anders begin. Ik vond wel dat het klopte, het valt voor mij mooi in twee. Songs met meer elektronica en andere nummers die directer zijn. Die meer een bandklank hebben en nog verhalender zijn dan cd één. Het is allemaal in eenzelfde tijdspanne gemaakt. Ik vond dat het allemaal wel bij elkaar hoorde zoals een schilder soms bepaalde werken samen exposeert. Dat voelde bij mij ook zo aan.

Waar schuilt voor u de kracht van het Nederlandstalig lied in?

Ik kan wel zeggen dat dit album veel persoonlijker is. In het Nederlands heb je minder marge om wollige of vage teksten te produceren. Het is heel concreet en erg verstaanbaar voor mensen. Het is niet één, twee, feest en meebrullen maar het zijn songs die ergens over gaan en die wel een bepaalde sfeer uitdragen. Dan mik je op iets anders dan ambiance. Ik hou van veel soorten muziek. Ik sta mezelf wel toe om buiten de lijnen te kleuren van strakke regels. Ik vind niet dat je als Nederlandstalige zanger nooit meer in het Frans, Duits of Engels mag zingen. Je moet de dingen maken die je wilt. Je kan alleen maar hopen dat het publiek dat apprecieert.

Welke boodschap probeert u met deze nieuwe cd over te brengen?

Ik heb in mijn leven al heel veel dingen gedaan en voorstellingen gespeeld waarin vermaak belangrijk is. Iets waar een bepaalde vrolijkheid inzit of veel humor. Op deze plaat heb ik bewust een andere kant van mezelf laten zien. Bewust gaan voor dingen die meer onder het oppervlak leven. Hierdoor is het zeker minder commercieel. Ik vind dat als maker helemaal niet erg. Ik hoor dat graag bij andere bands. Bijvoorbeeld een band als The National of zelfs het laatste nummer van Bowie. Ik vind dat een bepaalde zwaarte niet uit de weg moet worden gegaan. Ik heb wel graag dat het rigoureus die richting uitgaat. Maar dat hoeft niet altijd. Er mag iets aanstekelijk inzitten. De boventoon in mijn album is eerder melancholisch en ingetogen. Heel bewust omdat ik dat graag hoor. Altijd spannend om zo uw ziel op tafel te leggen. Dat is enerzijds bang afwachten maar als je iets geloofwaardig wilt maken moet je zoiets doen.

Welk publiek probeert u met “Onderwoud” aan te spreken?

Ik denk gewoon iedereen die daar iets bij voelt. Ik hoop gewoon dat veel mensen de tijd nemen om de cd te ontdekken want er staat veel materiaal op.  Er zitten een paar songs op waarvan ik hoop dat die wat airplay zullen krijgen. Ik mag  niet klagen want “In Borgerhout” wordt veel gespeeld op de radio. Het is een cover van “Neighbourhood” van Tom Waits. Maar met een verhaal over het super diverse leven in Borgerhout. Ik hoop dat we naar de zomer toe een energieker en dansbaar rockconcertje in mekaar kunnen vijzen. De hoofdmoot van deze songs zijn eerder verhalend. 

Wie zijn uw inspiraties geweest voor dit album?

Ik denk dat hoe langer hoe duidelijker wordt dat alles wat je in jouw eigen leven schoon vindt, hoort of triggert bewust meeneemt in alles wat je zelf doet. Bij mij is dat zo pluriform als gaande van Red Hot Chili Peppers over Tom Waits tot bij Toon Hermans over Deus naar The National naar Chopin. Hoe eclectisch uw smaak ook is, dat gaat zich altijd een beetje vertalen in wat je zelf doet. Dus laten we zeggen dat heel mijn leven tot nu toe inspiratie is geweest. Alle mensen, geliefden of kennissen kunnen inspiratie zijn. Zelfs de buurt waar je woont. Daar staat geen rem op.

In uw acteerwerk werkt u veel met kinderen, heeft u plannen voor een kindercd?

Eigenlijk heb ik er al een paar uitgebracht. Het luisterspel Sunjata bijvoorbeeld. Dat is sinds kort terug te koop. Dat is een luistercd die ik een paar jaar terug heb gemaakt. Een absolute aanrader voor wie thuis jonge belhamels tussen vier en zeven heeft. Als je die stil wilt krijgen in de auto, is dat de remedie! Dat is een cd waar ik heel trots op ben.

Het was een voorstelling die ik toen had gemaakt in het kader van het Wat Is Dat?-project. Dat was een reeks samen met Dimitri Leue. Uit alle culturen waar we toen tv-programma’s over maakten, hebben we een bronverhaal omgezet in een theatervoorstelling. Toen hebben we iets gemaakt over de Malinese cultuur. Ik heb het verhaal van Sunjata Keita gekozen, wie een Malinese held is die het land heeft gesticht. Hij is op de dag van vandaag nog steeds extreem populair. Zelfs hele jonge rapgroepen bezingen nog steeds zijn heldendaden. Je denkt dat zoiets raar is, tot je in Mali bent. Je ziet dat in cafés daar en hoort dat op de radio. Toen ik daar zelf was, had ik daar wel al iets van gelezen omdat ik al van zin was om daar een theaterbewerking van te maken. In Mali merkte ik wat het belang is van muziek voor dit alles. Ik wist dat muziek erbij betrokken moest worden. Alles moest gezongen kunnen worden dus dan heb ik dat op rijm geschreven. Ik heb dat uitgewerkt met een fantastische band: Wawadadakwa. In dat jaar hebben we daar drie musicalprijzen mee gewonnen. Waaronder de beste musical van het jaar.

Omdat er zoveel muziek inzat, dacht ik dat we er maar beter een cd’tje van maakten. Ik heb er toen nog extra muzikanten en een koor bij betrokken. Het boekje op zich verkoopt nog heel goed en er zijn veel theatergezelschappen die het stuk willen spelen. Zelf gaan we het ook opnieuw spelen in 2017 in hetPaleis in Antwerpen. Het is door Wat Is Dat? dat er nadien een hele reeks van tv-programma’s volgde die ik met veel jongeren maakte. Dat is super tof om te doen. Denk maar aan “Mijn Sport Is Top”.  Ondertussen schrijf ik ook nog de campagneliedjes van Fairtrade Belgium dus dat is heel plezant om te doen. Voorlopig ligt mijn focus wel niet op een nieuwe kindercd maar misschien wel in de toekomst.

Naast eigen platen brengt u ook veel nummers uit voor liefdadigheidsorganisaties. Vanwaar deze keuze?

Ik krijg veel van die vragen. Als ik het gevoel krijg dat ik door zo’n nummers te maken die werkingen kan steunen, vind ik dat een cadeau. Dat houdt mij soms wel wakker. Want ik mag misschien wel peter zijn van Fairtrade Belgium, die komen toch ieder jaar met een verhaal waarvan ik achterover val. De wereld is vol onrecht waarvan je zelf niet bewust bent. Het is een cadeau dat er zulke werkingen zijn die je daar attent op maken. Als je het weet, kan je niet anders dan erop reageren. Bijvoorbeeld een paar jaar geleden heb ik een liedje gemaakt “Ça C‘est Le Max” over het product cacao. Dat was naar aanleiding van Sinterklaas omdat alle winkels dan vol chocolade ventjes liggen. Maar als je weet dat 97% van alle cacao-verwerkende bedrijven in België gebruik maken van cacao die mede door kinderen zijn ontgonnen, smaakt dat niet meer.

Chocolade is dus vaak de vrucht van kinderarbeid. Wij beseffen dat niet. Als je dat weet, is dat natuurlijk een ander verhaal. Met de mensen van Fairtrade Belgium ben ik naar Ghana geweest. Daar hebben we enkele reportages gedraaid en je ziet echt het verschil tussen dorpen waar kinderen aan een plantage werken voor een hongerloontje en een dorp dat samenwerkt met Fairtrade Belgium. Daar krijgen ze premies, kunnen ze een leven opbouwen, kunnen kinderen naar school, hebben ze elektriciteit en stromend water. Als je dus Fairtrade handel in België koopt, breng je echt iets in beweging ginder.

Naast deze liefdadigheden heeft u ook een protestnummer voor Ringland gemaakt. Waarom vindt u het belangrijk om zulke politieke standpunten in te nemen?

Ik vind het Ringlandnummer eigenlijk helemaal geen protestnummer. Het is nergens tegen, het is vooral ergens voor. Het is een milieuvriendelijke en gezonde oplossing voor het grote fileprobleem in Antwerpen. Het is een mooi antwoord op het probleem rond de stadsontwikkeling in Antwerpen. De stad barst uit zijn voegen. De ring was ooit bedoeld als ring rond Antwerpen. Nu is dat er eigenlijk midden door. Als je weet dat er per dag 80.000 vrachtwagens over die ring rijden die niet eens in Antwerpen moeten zijn, dan is de vraag: Waarom komen die de lucht vervuilen? Er mogen zelfs geen parken in die buurt gebouwd worden van Europa omdat er te veel fijn stof hangt. Waarom hebben ze geen aparte tunnel? Ze moeten toch niet in Antwerpen zijn. Daar biedt Ringland eigenlijk een heel mooi antwoord op.

Het zou niet alleen een cadeau zijn voor de stad Antwerpen maar ook voor alle inwoners. Ik vind dat een heel goed idee en het is duidelijk dat ik niet alleen ben. Ik ben daar al van in het begin bij betrokken. Als ik zie hoe het  Ringland festival groeit, kan je alleen maar zeggen dat iedereen met een beetje gezond verstand ziet dat Ringland een gezonde oplossing is. Natuurlijk weet ik wel dat er reeds gemaakte afspraken zijn en dat het allemaal heel politiek geladen is. Het enige wat wij kunnen hopen, is dat goeie ideeën zoals deze de partijpolitiek overstijgen. Politici moeten van koers durven veranderen als er een beter idee dan het bestaande zich aandient. Ik ben hoopvol want er is een nieuwe intendant aangesteld door het stadsbestuur. Hij moet nu voor het eerst het ringlandplan onderzoeken. Het milieueffectenrapport wijst uit dat Ringland het beste is dat op tafel ligt. Natuurlijk gaat het veel geld kosten en natuurlijk moet er nagedacht worden op welke manier dat gerealiseerd kan worden. Het is wel duidelijk dat het een heel groot probleem is. Je staat daar elke dag gigantisch in de file. Dat is niet de way to go, er moet een betere oplossing komen.

Het is zo dat het niet allemaal linkse personen zijn. Ook de mensen van de haven vinden dat een goed idee. Het is iets dat hoe langer hoe meer gedragen wordt door een heel groot deel van de bevolking. Wat alleen maar heel goed is. Het is nu aan de beleidsmakers om het beleid te sturen. We kunnen alleen maar hopen dat ze het effectief goed gaan onderzoeken. Want ik denk echt dat het heel veel zou kunnen betekenen voor de ontwikkeling van onze stad.

< Niels Bruwier >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news