PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Interview Dan San

vrijdag 11 maart 2016


Interview

Dan San is een Belgische band uit Luik. De groep bracht in 2010 haar eerste EP “Pillow” uit. De debuutplaat “Domino” volgde twee jaar later. Het bracht de band op zo’n 120 verschillende podia in Europa. Uiteindelijk laste Dan San na die tournee een pauze in om zich op individuele projecten te focussen. Zo ontstond onder meer Pale Grey, The Feather & Yew. Na twee jaar stilte duikt de band opnieuw op met “Shelter”. Een plaat die werd geproducet door Yann Arnaud (Air, Phoenix). 

Musicnews.be had een gesprek met Jérome Magnee, zanger en gitarist van de groep.

Dan San betekent ‘bedankt’ in het Kantonees, een Chinees dialect. Hoe dankbaar zijn jullie dat jullie opnieuw – na een break - onder Dan San optreden?

We zijn echt heel tevreden. Er is veel tijd verstreken sinds het einde van ons vorig album “Domino” en de nieuwe plaat. Het was een periode waarin we heel veel hebben gewerkt aan de composities. Zelfs de liedjes waren af voor we in de studio gingen. Het is nu bijna een jaar geleden dat we onze cd afwerkten. We hebben even moeten wachten tot het label zijn werk deed. Nu blaken we van enthousiasme dat we eindelijk weer op tour kunnen en onze muziek aan de buitenwereld kunnen laten horen.

Jullie wonen in de industriestad Luik. Hoe verklaren jullie het feit dat de muziek toch zeer natuurlijk klinkt?

Thomas en ik zijn opgegroeid op het platteland. We werden al vanaf onze geboorte omringd door rust, het geluid van bomen en van een klein riviertje dat langs ons huis stroomt. Ik denk dat zoiets ons heel erg heeft beïnvloed. Het verrijkte onder meer ons geluid. Daarnaast hebben we ook een voorliefde voor folkmuziek. Zo luisteren we veel naar Crosby, Stills, Nash & Young, Simon & Garfunkel en Fleet Foxes. Die groepen hebben een erg natuurlijk geluid. Zij bepalen deels onze sound.

Hoe omschrijven jullie de muziekscène in de stad?

In Luik is er een zeer actieve muziekscène. Het bruist er van de muziekgroepen. We hebben geluk dat we deel kunnen uitmaken van het collectief JauneOrange. Dat is een organisatie waarin verschillende bands uit Luik zitten. Ze organiseren concerten en hebben zelfs een eigen label waarin Luikse bands worden gesteund. Het feit dat daar ook zeer veel bands inzitten, zorgt ervoor dat we elkaar op concerten en in repetitieruimtes wel eens tegen het lijf lopen. Dat komt omdat Luik een kleine stad is. Dat versterkt de cohesie. Ook Liverpool kent dit fenomeen. In Luik is er nu echt een explosie aan bands en dat is zeer leuk. Bovendien is er is geen concurrentie. We zijn eigenlijk één grote familie.

Wat is het belang van het festival Les Ardentes in dit alles?

Wat geweldig is bij Les Ardentes, is het feit dat lokale bands een kans krijgen om zich daar voor het eerst aan een groot publiek te tonen. Zo ervaren die bands ook meteen hoe het is om live op te treden. Ze spelen dan wel vroeg in de middag, maar de ervaring die ze daarmee opdoen, is onbetaalbaar.  

Het valt op dat jullie kiezen voor steeds grotere en bredere arrangementen op jullie platen. Is dit een bewuste evolutie?

Tijdens onze break namen we de tijd om na te denken en nieuwe muziek te beluisteren. We wilden geen twee keer dezelfde cd maken. Toen we elkaar na zes maanden terugzagen in het repetitielokaal was iedereen het erover eens dat een externe producer een nieuwe dimensie zou kunnen geven aan onze nieuwe plaat. Toen viel ons oog op Yann Arnaud. Hij werkte al samen met Air en Phoenix. Hij heeft ons echt geholpen bij de verdere uitwerking van onze ideeën. Het is dankzij hem dat we ons nieuw geluid hebben ontdekt. Hij heeft er ook voor gezorgd dat onze cd meer uitgepuurd is.

Normaal hebben we per nummer wel vijfhonderd pistes die we willen bewandelen. Hij stond op de rem en stimuleerde ons om op zoek te gaan naar de essentie. Zo krijg je ook makkelijker emoties in de songs. Het heeft ons wat tijd gekost, maar de drive om er een gevoeligere plaat van te maken, die hadden we allemaal. Zo krijg je bijna de naakte stemmen en nummers te horen.  Iets wat bijvoorbeeld op de vorige plaat van Grizzly Bear erg voelbaar was: die puurheid. Dat wilden wij ook doen en we zijn daar volgens mij ook in geslaagd.

Het is de muziek waar wij ons vandaag het best bij voelen. We wilden weg van het echte folk-genre. Het is allemaal zeer natuurlijk gegroeid. Voor ons is alles muzikaal veel veranderd. Het was dan ook die evolutie die we in onze cd wilden steken.

Toen Dan San op ‘on hold’ werd gezet, ging elk bandlid met een ander project aan de slag. Heeft dit een invloed gehad op jullie nieuw geluid?

We hadden in die periode allemaal ons project in de kantlijn, waardoor we in contact kwamen met heel wat verschillende soorten muziek. Dat opende deuren. Toen we de draad weer oppikten, heeft die extra bagage zeker een invloed gehad op onze huidige sound. Bijvoorbeeld The Feather heeft in Canada gespeeld en ontmoette daar veel muzikanten. Pale Grey heeft overal in Europa getourd en ik speel ook in twee nevenprojecten waarmee ik een aardig stukje van de wereld zag. Dus dat alles heeft ons erg beïnvloed en gevormd tot hoe we nu klinken.

Op het nieuwe album hebben jullie samengewerkt met Yann Arnaud die onder meer al platen van Phoenix en Air produceerde. Hoe was de samenwerking?

Arnaud is een echte figuur. Hij is gek, maar tegelijk ook geweldig. Je moet gewoon eens een dag samenleven met hem om te begrijpen hoe hij werkt. Hij leeft op een andere planeet. Hij verliest soms wat de voeling met de wereld, maar tegelijk is hij heel alert. Hij is spraakzaam en oprecht geïnteresseerd om je te leren kennen. Hij blijft ook niet op de oppervlakte, maar is heel direct. Het was een uitzonderlijke samenwerking en ik ben tevreden dat we hem ontmoet hebben. Alles is erg organisch gegroeid: we stuurden hem een nummer op, hij beluisterde dit en vond het fantastisch. Toen stelde hij ons voor om samen de studio in te gaan. Het resultaat is onze nieuwe plaat. Je kan ervan op aan: een dag met hem in de studio, dat is echt formidabel.  

Zijn heel diepe stem was fascinerend. We hebben hem er eigenlijk van overtuigd ook een soort van blues-nummer op te nemen. Ik heb zelf een heel erg zachte stem die zich daartoe helemaal niet leent, maar tijdens een van onze repetities, namen we toch een blues-song op. En net dat nummer stuurden we hem door. Iedereen dacht dat we gek waren, maar uiteindelijk zeiden we gewoon: “Waarom niet?”.  En de rest is geschiedenis. Het is allemaal zonder label gebeurd, wat zeer natuurlijk was.

Wat heeft hij toegevoegd aan jullie muziek?

Wanneer hij zingt in de studio kijkt hij naar de grond en houdt hij zijn microfoon zo laag mogelijk tegen de grond. Wij houden altijd onze microfoon op normale hoogte en blijven altijd zeer stijf staan. Hij heeft ons geleerd dat techniek niet altijd het belangrijkste is, maar dat emoties soms veel waardevoller zijn.

Het album heet “Shelter”. Op het artwork staat een huis. Is dat de link tussen de titel van het album en het artwork?

De titel refereert aan een uniek moment dat we hadden in de gigantische studio La Frette net buiten Parijs. Het is een oud huis dat boordevol spullen staat. Het herbergt zelfs een mixtafel van Studio Barclay. Het was erg gek voor ons om op die plaats te zijn. We voelden ons een beetje als in een schuilkelder die bescherming biedt tegen de gevaren van de buitenwereld. “Shelter” kwam al snel in ons op als titel voor het album. Het huis op de foto van het artwork is onze schuilplaats. In het huis zie je een ruit die oplicht. Het staat symbool voor de mensen die onze muziek willen ontdekken.

“Nautilas II” is een volledig instrumentaal nummer met enkel wat dromerige achtergrondzang. Is het belangrijk voor jullie om de instrumenten te laten spreken?

Het is de eerste keer dat we een instrumentaal nummer hebben gemaakt. We probeerden om er op te zingen, maar dat lukte gewoon niet. Het nummer is een vorm van escapisme. De muziek op zich vertelt zoveel dat zang overbodig wordt. Het was het perfecte moment om enkel een muzikaal nummer te maken. Eerst heette de song gewoon Nautilas, maar toen maakten we een nieuw nummer waarvan we vonden dat het dicht bij dat instrumentale aanleunde. We hielden van de naam Nautilas dus we kozen voor Nautilas I en het instrumentaal nummer dat daarop op volgde werd Nautilas II gedoopt. Ik bedacht die naam toen ik in mijn huis aan het schrijven was en mijmerde over de maatschappij en de wereld. Ik zat in mijn cocon. Het nummer bleek een soort verlossing van alles. Gewoon alles loslaten en denken aan de Nautilas. Je bent afgesloten van deze wereld en tegelijkertijd zit je in een beveiligde wereld zoals die onderzeeër. Heel snel ontsnappen uit deze maatschappij om je zo vrij te voelen.

Het voorlaatste nummer van de plaat “Up” gaat over de dood. Het is ook één van de treurigste nummers op de plaat. Is dit een thema dat belangrijk is voor de groep?

Het is een nummer over de broer van onze leadzanger Thomas. Enkele jaren geleden kreeg hij kanker. Een periode die een sterke indruk naliet op onze groep. Hij was een vriend van ons. Daar gaat het nummer ook over. Uiteindelijk is er, net zoals bij hem, een happy end. De tekst “The journey is now” gaat over het leven dat je nu moet leven. Het is een verdrietig nummer, maar aan het eind van de tunnel is er licht. We willen aantonen dat er altijd hoop is.

Ook angst en verlies komen in de liedjes aan bod zoals bij “America”. Dit wordt telkens afgewisseld met gemoedelijke liedjes. Is hier een specifieke reden voor?

Voor ons is dat vreemd. Iedereen vertelt ons dat het zo’n opgewekt nummer is, maar voor ons klinkt het zeer triest. We schrijven de muziek die we willen en de teksten die daarbij horen. Het is niet dat we onze treurige lyrics per se moeten vergezellen van een triestige melodie. Het komt heel natuurlijk. “America” gaat over alles achterlaten, een soort vaststelling van hoe het leven is. Je houdt niet van het leven en je wil niet zijn waar je bent. Je kan alles achterlaten om ergens naartoe te gaan waar je kan zijn wie je wil.

Emoties zijn iets wat in ieder nummer van jullie aan bod komt. Hoe belangrijk is het om gevoelens te uiten in muziek?

Voor ons draait alles rond emoties. We maken geen muziek om op te feesten. We willen mensen raken. Voor ons is muziek meer als een medicijn voor de slechte dingen die we meemaken in ons leven. Daarom gaat het gros van onze songs over treurige dingen. Muziek is voor ons de manier om alles los te laten.

Jullie zijn met zes en voor de nieuwe plaat werd de drummer vervangen door Olivier Cox. Hoe moeilijk was het om op elkaar ingespeeld te geraken?

We vonden het natuurlijk spijtig dat onze voormalige drummer ermee stopte. Met de komst van zijn eerste kindje, wilde hij zich volledig toeleggen op het vaderschap. Gelukkig duurde het niet lang vooraleer we Olivier ontmoetten. Hij speelt in verschillende bands en we wisten dat hij goed kan drummen. Hij was de perfecte man om ons te vervoegen. Samen spelen ging al snel erg vlot, dus het voelde niet aan als iets onwennigs of nieuws.

Met de eerste plaat hebben jullie meer dan 120 concerten gedaan in Europa. Is het ook jullie ambitie om dat met “Shelter” te doen?

Ik hoop het. Ik hou er van om op te treden. Het voelt erg verrijkend voor ons om onze nummers te brengen voor een publiek. Wanneer je twee jaar in een studio zit, staat jouw hoofd op exploderen. Je wil gewoon zoveel mogelijk de muziek voelen. Het is geweldig om ze te brengen. Dus als de gelegenheid zich aandient om meer dan honderd shows te spelen, zou dat zeer leuk zijn. Zelf hou ik het meest van optreden in Zwitserland. De menigte daar is echt gek. Wat vaststaat is dat we met deze tour naar Canada trekken en misschien zelfs de VS aandoen, omdat we net een contract hebben getekend met een label in Chicago. Ik hoop dat de toekomst grootse dingen voor ons in petto heeft, maar we zien wel.

Het is als Waalse band moeilijk om in Vlaanderen door te breken. Ondervinden jullie tegenwind?

Het is zeer moeilijk. Dat ligt niet aan de steun die we krijgen vanuit Vlaanderen, maar het is vooral een politiek probleem. De stroom van culturele subsidies is zeer oneerlijk verdeeld. We zijn wat gebonden aan Wallonië omdat de regering hier geld investeert in de bands. Een moeilijke cirkel om te doorbreken. Het spreekt voor zich dat we ook op Vlaamse podia willen staan. Zeker als je weet dat onze nummers vaker gedraaid worden door de Vlaamse radiostations dan die in Wallonië.

< Niels Bruwier >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news