PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Interview Bent Van Looy

vrijdag 25 maart 2016


Interview

Bent Van Looy is een Belgische zanger die vooral bekend is om zijn werk bij Das Pop. In 2013 bracht hij zijn eerste soloplaat “Round The Bend” uit. In The Voice is Bent Van Looy één van de coaches die op zoek gaat naar talent. Zijn tweede soloplaat “Pyjama Days” verscheen op 25 maart 2016. Hij nam zijn nieuwe plaat op in Los Angeles waar hij samenwerkte met Jason Falkner. 

www.musicnews.be had een gesprek met Bent Van Looy.

In Belgica, de nieuwste film van Felix Van Groeningen, speelt u een jazz-drummer. Was u meteen overtuigd wanneer Soulwax u vroeg om mee te doen?

Voor mij is ieder excuus om te drummen een goed excuus. Het was een soort kleine versie van de drum-off die Soulwax ieder jaar organiseert tijdens hun Soulwaxmas in Hasselt. Iedereen die kan drummen komt samen op het podium en dan is er één waanzinnig lange drumjam. Dat hebben ze proberen nabootsen in de film. Ik mis het wel om te drummen. Samen drummen heeft nog net iets extra. Piano speel ik vaak alleen, met drummer is dat moeilijker door het volume van de drums.

U bent verhuisd van Parijs naar uw geboortestad Antwerpen. Hoe is het om terug te keren naar uw geboortestad?

Het is fijn om na zoveel tijd terug te keren naar mijn geboortestad. De stad is heel hard veranderd. Toen ik er woonde was Deus nog niet doorgebroken, het was een volledig andere tijd. Op het Zuid kon je heel goedkoop wonen. Nu is dat één van de duurste plaatsen in België. Wat ik ook aangenaam vind, is de nabijheid van de haven. Dat is iets wat je niet hebt in Brussel of in Gent. De zee en de wereld die daar binnenkomen, geven een vrij gevoel. Het is opwindend en nieuw om terug te zijn.

De meeste artiesten die hun band even achter zich laten en soloplaten uitbrengen,  omschrijven deze als hun meest persoonlijke platen. Is dit bij u ook het geval?

Ik denk het wel. Hoewel mijn werk voor Das Pop ook heel persoonlijk was, zeker naar het einde toe. Als je jezelf niet laat zien in je werk, lijkt het alsof het te hermetisch en onecht wordt. De teksten en de nummers zijn een soort van relaas van alles wat er gebeurd is tussen de vorige plaat en nu. Het is niet dat het een soort dagboek is, maar je voelt wel wat er in die periode met mij is gebeurd. Soms klinkt dat heel letterlijk maar soms moet je op zoek naar de betekenis. De song “Wind Is Blowing” bijvoorbeeld, gaat over het moment vlak voor je vader wordt. Je weet dat er iets fundamenteel gaat veranderen, alleen weet je niet precies wat. Zoiets heb je nog niet meegemaakt en dat gevoel van verwachting, angst en onzekerheid zit zeker in dat nummer.

De nieuwe plaat gaat over vrijheid en heet “Pyjama Days”. Voelt u zichzelf het meest vrij wanneer u in pyjama zit?

Nee, maar pas op. Als je eens een dag in pyjama thuis bent met de deur op slot, dan laat je de hele wereld buiten. ’s Avonds merk je dan dat je eigenlijk gereisd hebt in je eigen huis. Het geeft een gevoel van vrijheid om te merken dat er binnen andere wetten gelden dan op je werk of op school.

Wat betekent vrijheid voor u persoonlijk?

Dat is een zeer moeilijke vraag. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds minder af wat mensen van mij denken. Toen ik twintig was, vond ik dat heel belangrijk. Dan gedraag je jou daar naar. Nu voel ik me vrijer in mijn vel en dat is een aspect dat zeker hoorbaar is in de muziek.

“Pyjama Days” gaat vooral over troost en dingen achterlaten. Haalde je de inspiratie voor deze teksten uit ervaringen in je persoonlijke leven?

Sommige van die troostnummers zijn geschreven voor specifieke situaties of mensen. Achterlaten doe je voortdurend. Ik heb nu Parijs en mijn tijd als kinderloze man achter me gelaten. Die voortdurende veranderingen zorgen ervoor dat je leven interessant blijft en dat je mooie dingen kan blijven creëren. “Wind Is Blowing” of “30 Days Without Sun” vatten het eigenlijk mooi samen. Dat laatste nummer is misschien iets abstracter. Ik was erg verbaasd dat ik zoiets kon schrijven.

“Wind Is Blowing” is een onrechtstreekse verwijzing naar het vaderschap. Het is een rustig nummer dat wat blues-invloeden heeft. Heeft u het vader-zijn rustig ervaren?

Nee, maar ik was er wel klaar voor. Ik ben niet meer zo jong. Vroeger was ik heel bang om vader te worden. Ik dacht dat ik een afwezige vader zou zijn omdat mijn werk zoveel tijd in beslag neemt. Het maakt mij eerder rustig. Het feit dat er iemand is waarvoor je moet zorgen en die afhankelijk is van jou, zorgt voor een regelmaat in mijn leven. Ik word nu bijvoorbeeld iedere ochtend om zes uur wakker, dat was vroeger ondenkbaar voor mij.

Heeft uw nieuwe rol als vader een invloed gehad op de muziek die u nu maakt?

Het is een plaat geworden van iemand die veel hoop heeft. Er spreekt ook een vrijheidsgevoel uit. Ik vind het zelf een heel blije plaat. De invloed van het ouderschap is wel niet zo rechtstreeks. Ik weet ondertussen wel hoe je “Slaap kindje slaap” op de piano moet spelen. Verder dan dat gaat de invloed niet.

Op “Sink Or Swim” heeft u als het ware een ballad geschreven. In het nummer troost u de persoon bij wie het allemaal niet meezit. Hoe belangrijk is het voor u om met uw nummers te kunnen troosten?

Dat is één van de hoofdfuncties van de popmuziek. Als je in de auto zit en je zet de radio op, gaat ieder lied over jou. Het lijkt alsof het jouw situatie perfect omschrijft. Dat is heel magisch want het zijn allemaal verschillende mensen die de nummers geschreven hebben. Popmuziek is zo eenvoudig en tegelijk zo diepgaand. Zelf vind ik de troostende functie heel belangrijk. Voor mij is het de bedoeling om mensen te raken en zelfs te helpen met mijn muziek.

In de clip voor “My Escape” zitten wat referenties naar David Bowie. Was het belangrijk om ook iets over hem in uw muziek te stoppen na zijn dood?

Het was voor mij vooral belangrijk om te beseffen hoe invloedrijk die man is. Dat geldt niet enkel voor mij maar voor de hele muziekgeschiedenis. David Bowie is duidelijk iemand die ons heeft laten zien dat je niet alleen goeie muziek moet maken als artiest. Je mag ook eens een museum binnenstappen en wat je daar steelt met je ogen kan je verwerken in je muziek. Het samenbrengen en centraliseren van al die dingen heeft David Bowie gemaakt tot wie hij was. Door hem durven Madonna of Lady Gaga dit ook te doen. Ik denk dat het onvermijdelijk is om dat showaspect van hem in je eigen muziek te steken. Eenmaal je hem hebt zien optreden, wis je dat nooit meer uit. Maar het is niet dat ik droevig was over zijn overlijden. Ik denk dat we mogen blij zijn met wat David Bowie ons gegeven heeft. Als je ziet hoe hij geleefd heeft in de jaren ‘70 vind ik 69 nog niet zo’n slechte score.

De samenzang met Jason Falkner op uw nieuwe plaat is opvallend. Was dit vanaf het begin ook het doel?

Op de vorige plaat wist ik op voorhand goed wat ik wou doen, hierdoor had ik Jason niet nodig. Ik had toen demo’s gemaakt voor alle nummers en de nummers moesten precies zo klinken. Bij deze plaat heb ik Jason ten volle gebruikt omdat ik wist wat hij in huis had en de chemie tussen ons uniek is. Ik wou gewoon op het moment zelf zien wat er gebeurde. Als je met Jason werkt dan weet je gewoon dat het goed komt. Het is die opwinding tussen twee mensen die duidelijk hoorbaar is in de songs. Dat maakt dat het klinkt zoals het klinkt. Het was heel bevrijdend om alles los te laten. Ik had 100% vertrouwen in Jason en dan durf je dat ook. Ik ben blij dat ik het aandurfde en dat hij zijn stempel zo zwaar drukt op deze plaat. Het blijft nog steeds mijn plaat, hij heeft gewoon geholpen om ze in te kleuren en vorm te geven. Jason is één van mijn grote helden dus het is een hele eer om met hem te mogen samenwerken.

Samenwerken is zo mooi. Op de vorige plaat heb ik dat net iets te weinig plaats gegeven. Dat was tegelijk ook goed want dat was mijn eerste soloplaat en dat mocht heel strikt zijn en heel Bent Van Looy in alles. Ik blijf natuurlijk muzikant en weinig dingen zijn zo leuk als samenspelen met andere muzikanten.

Het album werd opgenomen in Los Angeles. Hoe is de Amerikaanse invloed in de plaat geslopen?

Ik ben een enorme fan van de dingen die in de jaren ‘70 in Los Angeles zijn opgenomen. Als je daar rondrijdt door de canyons met je autoradio aan, is dat zalig. Jason is daar groot geworden dus die invloed is er sowieso ingeslopen. Ik lees heel veel Amerikaanse boeken en kijk veel Amerikaanse televisie. Een deel van de dag leef ik met mijn hoofd in Amerika. Veel van mijn informatie haal ik daar. Ik ben bijvoorbeeld geabonneerd op het tijdschrift “New York”. Dat heeft hele goeie artikelen, maar schrijft ook over de nieuwe restaurants en exposities in de stad. Ik lees dat thuis en op die manier woon ik daar een klein beetje. Als ik er dan ga, weet ik soms veel beter dan mijn vrienden die daar wonen waar er iets te doen is.

Naast zanger bent u ook modeontwerper. Zal u door de nieuwe plaat beginnen met het ontwerpen van pyjama’s?

Het mag eigenlijk nog niet geweten zijn, maar we zijn bezig met een pyjamalijn naar aanleiding van mijn plaat. Een goeie pyjama heeft een bepaald karakter. Hij moet een klein beetje opa-achtig zijn, luxe uitstralen en humor hebben. Dat zijn voor mij de belangrijkste eigenschappen.

Zelf houdt u van eenzaamheid en rust, wat ook opvalt op de plaat. Waarom heeft u er dan voor gekozen om telkens zo nadrukkelijk in beeld te komen in de media bij verschillende programma’s?

Het één spreekt het ander niet tegen. Als er een context voor is, vind ik de spotlights heel leuk. Bij een optreden sta ik graag in het middelpunt van de belangstelling. Waar ik het moeilijker mee heb, is als er spotlights op mij gericht staan als ik niet op een podium sta. Bijvoorbeeld op de première van Belgica. Ik moest over de rode loper wandelen terwijl men foto’s maakte. Dat was geen probleem. Toen ik van de rode loper wandelde, namen er nog meer mensen foto’s van mij en dat vond ik  zeer ongemakkelijk. Het is vijf meter verschil maar de context is heel anders. Op straat maak ik dat soms mee. In Antwerpen is dat wat minder. De Antwerpenaars zijn precies te stoer om iets te zeggen tegen mij. Wanneer ik buiten Antwerpen ga, dan is het meteen prijs.

U bent ook coach in The Voice. Gelooft u zelf dat mensen die zo’n programma winnen effectief de basis kunnen leggen voor hun carrière?

Niet noodzakelijk, maar daar gaat het ook niet over. Het draait in het programma rond een stem. Iemand met een goeie stem is niet noodzakelijk een groot artiest. Waar we naar op zoek gaan, is iemand die heel goed kan zingen. Het is niet omdat je goed kan zingen dat de honger er is om iedere dag op het podium te staan. Bij The Voice word je heel goed omringd. De deelnemers zijn een hele periode lang bezig met de stem en muziek waardoor de ervaring verrijkend is. Zelf leer ik daar heel veel uit. Iedereen heeft zijn eigen bagage, verleden, stijl, krachten en onzekerheden. Coachen kan je niet als lesgeven zien omdat het zo individueel is. Iedereen is zo anders waardoor je mens per mens moet bekijken. Je probeert er het bijzondere uit te halen zonder het unieke van die stem te verliezen.

Dit is nu uw tweede soloplaat. Bent u nu volledig weg voor enkele jaren als solo-artiest of kriebelt het toch weer om met een band aan de slag te gaan?

Ik heb geen idee. Met mijn vorige plaat had ik dat ook niet. Dat was zo’n definitief werkstuk waarin ik alle voorgaande jaren had gekristalliseerd in één plaat. Ik kon mezelf ook niet voorstellen dat er daarna nog iets zou komen. Misschien komt de zin er wel terug om met Das Pop aan de slag te gaan. Zo ver is het voorlopig nog niet, nu zal ik me focussen op dit album en deze tour.

< Niels Bruwier >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news