PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Interview Ancienne Belgique vzw

maandag 18 april 2016


Interview

De Ancienne Belgique en zijn strubbelingen in deze tijden

De Ancienne Belgique of de AB heeft een zeer rijke geschiedenis die terug gaat tot de 15e eeuw. Gelukkig zijn we niet zo ver afgedwaald, maar waren we wel benieuwd naar hoe de AB er vandaag voor staat. Hoe weten ze zich overeind te houden? En hoe proberen ze op te boksen tegen de gevaren en uitdagingen van deze tijd? Een gesprek met de persverantwoordelijke van de AB: Kevin McMullan.

De AB heeft een rijke geschiedenis. Overnames, tijdelijke verhuizing, renovaties… Hoe zijn jullie geëvolueerd tot nu? En hoe hebben jullie jullie mannetje weten blijven staan in de concertsector?

Gedurende heel de 20ste eeuw was de AB een concertzaal die zijn hoogtepunten kende in de jaren ’50 en ‘60 toen alle groten van de Franse chansons hier stonden zoals Jacques Brel en Édith Piaf. De AB was heel succesvol, maar op een gegeven moment was er een grote brand in een winkelketen in Brussel waarna er heel wat nieuwe regels kwamen in verband met brandveiligheid. De AB moest serieus investeren om daaraan te voldoen, maar had de middelen niet en is toen failliet gegaan. We mogen dat zeker niet vergeten want zelfs als je succesvol bent, kan er iets onverwachts gebeuren waardoor je de boeken moet toedoen. De concertzaal heeft een hele tijd leeggestaan tot in 1979 het gebouw werd overgenomen door de Vlaamse overheid. Toen is de AB ontstaan zoals we die nu kennen. In het begin was het de bedoeling dat de AB een soort Vlaams bastion ging worden in Brussel en dat er heel Vlaams zou worden geprogrammeerd, maar we evolueerden al snel naar een zeer onafhankelijke pluralistische concertzaal die van alles deed en doet.

In tegenstelling tot de Botanique, programmeren wij zeer divers. De Botanique doet dat ook wel, maar die doen weinig metal en hiphop terwijl dat wij, buiten klassieke muziek, eigenlijk alles doen. Dat is vrij uniek. Vandaag de dag zijn wij een grote fabriek geworden. We organiseren iets van een 300 concertdagen per jaar en er passeren zo’n 600 artiesten of groepen. We krijgen 2 miljoen subsidies per jaar, maar de AB heeft een werkingsbudget van 10 miljoen dus wij genereren zelf 8 miljoen. We krijgen dus 20% van de overheid, maar op geen enkele manier moeit de overheid zich met wat wij actief doen.

Waarom hebben jullie jullie georganiseerd als een vzw en niet als een nv bijvoorbeeld?

Ik was er toen niet bij, maar ik denk dat dat vanwege de subsidies was. De overheid gaat geen geld geven voor instellingen die winst maken dus dat was een vereiste. Bij de AB is het de bedoeling dat alle winst die we maken meteen terug in verlieslatende concerten worden gestoken. We doen bijvoorbeeld iets meer dan 100 clubconcerten per jaar en die zijn telkens verlieslatend. Ook al is een clubconcert uitverkocht, je kan nooit alle kosten recupereren met de ticket- en drankverkoop. Bij grote concerten maken we dan wel winst en dat wordt dan terug in clubconcerten gepompt en ook in de gratis concerten in Huis 23 boven het AB café. We krijgen subsidies om die verlieslatende concerten te kunnen blijven organiseren. Het is dus de bedoeling dat wij terug alles herinvesteren in onze werking. Dat zorgt soms wel voor problemen. Zo mogen we op het einde van het jaar een beperkt bedrag overhevelen naar het volgende jaar. We mogen een soort kleine reserve opbouwen, maar die mag niet te groot zijn want anders werk je als een commercieel bedrijf. Nu zien we met de aanslagen in Parijs en die in Brussel dat we minder tickets verkopen dus moeten we die reserves gebruiken om het verlies van inkomsten te compenseren. Stel dat er volgende maand weer een aanslag is, dan komen wij echt wel in financieel moeilijke papieren ook al zijn wij een grotere culturele instelling. Hopelijk komt dat allemaal weer goed, maar je mag er niet vanuit gaan dat dat zich niet meer gaat voordoen dus je kan je er beter op voorbereiden.

Nu we het over de aanslagen hebben. Toen eind 2015 het terreurniveau op 4 stond in onze hoofdstad, sloot de AB negen dagen zijn deuren en dat kostte jullie 130 000 euro. In maart 2016 was het één dag. Hebben de aanslagen van 22 maart 2016 in Zaventem en Brussel zware gevolgen voor jullie? Concertgangers zouden nu wegblijven uit schrik. Klopt dat? En zo ja, welke impact voelen jullie?

De impact nu is iets kleiner dan toen met de aanslagen in Parijs, wat een beetje paradoxaal is want de aanslagen waren nu wel in onze stad. Bij Parijs was het natuurlijk in een concertzaal en meteen werd dan ook de link gelegd met de AB. Niet abnormaal want wij hebben een overeenkomstige programmatie en qua grootte verschillen we ook niet veel. We kregen toen veel vragen van groepen die zich benauwd voelden. We hebben toen ook langer moeten sluiten. Gelukkig hebben we het verlies een beetje kunnen compenseren doordat we al zo lang actief zijn en het management, boekingskantoren en groepen zelf goed kennen. Heel wat artiesten hebben toen ook gezegd dat we ze niet moesten betalen, wat een mooi gebaar was. We hebben ook heel wat concerten kunnen verplaatsen. Andere locaties, maar vooral andere momenten. Nu zijn we minder lang toe geweest, maar merken we wel dat er meer mensen niet komen opdagen. Op een gewoon concert is het normaal dat er tussen de 50 en 100 mensen niet komen opdagen, maar nu ervaren we wel dat dat aantal hoger is. Mensen hebben schrik. Het grote probleem van Brussel ten opzichte van Parijs is dat de Bataclan Parijzenaars trekt terwijl de AB zich niet enkel richt op Brusselaars, maar ook op Gentenaars, Antwerpenaars enzovoort. Het is afwachten en hopelijk komt het terug op niveau, maar dat kan je niet voorspellen.

Jullie hebben in februari samen met de Botanique en de voetbalclub BX Brussels een experiment op poten gezet. Jullie willen hiermee kinderen al op jonge leeftijd laten proeven van concerten. Waarom?

Dat is eigenlijk een aandachtspunt voor onze werking. We moeten ervoor zorgen dat er een nieuwe instroom komt van jongeren die naar concerten komen. Dat is belangrijk want zij zijn onze toekomst. Als je die lijn doortrekt, dan dachten we misschien moeten we gewoon nog jonger gaan. We merkten dat mensen vaker zeiden dat ze graag met hun kinderen naar concerten wilden komen, maar die waren meestal te laat en te luid. Twee jaar geleden zijn we daar dan eens over beginnen nadenken en dan een paar maanden terug zijn we eens op bezoek geweest bij onze collega’s van l‘Aéronef (een concertzaal in Rijsel nvdr.) en die organiseerden om de zo veel tijd op zondag concerten voor kinderen en dat marcheerde goed. We hebben dat idee dan opgepikt. De eerste try-out wilden we voor het Brusselse publiek doen omdat we niet te ambitieus wilden zijn. Uiteindelijk werd het ook bij ons een succes dus ik denk dat we dat nog eens zullen organiseren en de deuren dan voor iedereen zullen openzetten.

Klopt het als ik zeg dat jullie vooral inzetten op jonge artiesten? Waarom die keuze?

Wij zetten inderdaad in op jonge artiesten, maar we programmeren ook een heleboel ouderen dus we hebben wel een mix. Het zit gewoon in het AB DNA om nieuwe artiesten een kans te willen geven. Daarom ook dat onze clubwerking heel belangrijk is. We proberen een soort groeitraject aan te bieden aan artiesten. De eerste keer dat ze hier staan, is het misschien gratis in Huis 23, de volgende keer in de Club, daarna misschien in de Box en dan kunnen ze doorgroeien naar de grote zaal. De Box is daar heel belangrijk in want daar proberen we de nieuwe artiesten uit. Zij zijn de supersterren van morgen dus je moet die mee groot maken. Daarvoor krijgen we ook subsidies en dat zit ook zo ingebakken in onze werking. Zo proberen we ook altijd voorprogramma’s te doen zodat nieuwe artiesten de kans krijgen om voor een publiek te staan.

Jullie krijgen geld van de Europese Commissie voor jullie project Liveurope waarmee jullie over de landsgrenzen heen kunnen trekken en de AB openstellen voor jonge Europese artiesten. Hoe gaat dat juist in zijn werk?

We hebben dat eigenlijk opgericht omdat we merkten dat er nood was aan een mechanisme dat zalen stimuleerde om Europese opkomende artiesten te boeken die niet enkel uit Engeland kwamen. Daar zit een beetje het gemak omdat die Engelse groepen vaak al op de radio komen en ze dus al een publiek hebben, maar dankzij Liveurope stimuleren wij ons en alle deelnemende zalen om ook eens Portugese, Spaanse en Franse groepen te boeken. Dat is nodig voor de diversiteit. Liveurope heeft  nu dertien zalen verspreid over Europa. Die zalen kunnen suggesties geven, maar ze blijven wel allemaal onafhankelijk in het programmeren wat ze willen. De Europese groep die je wil programmeren moet wel aan enkele voorwaarden voldoen. Zo moeten ze minder dan twee albums hebben, minder dan vijf jaar bestaan enzovoort. Van zodra ze daaraan voldoen, krijgen wij een extra subsidie van 1000 euro om een concert mogelijk te maken. Dat lijkt niet zo veel, maar voor iets in de Club kan dat net het verschil maken om een programmator te overtuigen om het wel of niet te doen. Alle dertien zalen programmeren nu significant meer jonge opkomende groepen vanuit verschillende Europese landen dan ervoor. Ook een heel groot voordeel is dat al die concertzalen met elkaar in contact zijn en dat we informatie kunnen uitwisselen. Over groepen en artiesten, maar ook over marketing en de werking. Er zijn altijd zaken die je van een ander kan leren. We hopen dat we Liveurope nog kunnen laten groeien en dat er over een paar jaar een paar honderd zalen zijn aangesloten.

Naast zaaluitbater zijn jullie zelf organisator en hebben jullie een eigen ticketafdeling. Vanwaar die keuze?

Dat is iets dat eigenlijk ontstaan is doorheen de geschiedenis. Vroeger bestond Ticketmaster of Tele Ticket Service niet dus je verkocht sowieso je eigen tickets. We ontwikkelden dan onze eigen website en verkochten onze tickets online. We hebben eigenlijk altijd ons eigen systeem gehad. Het grote voordeel is dat je de data beheert en dat je die doelgericht kan gebruiken. Omdat we het zelf beheren, moeten we het ook niet gaan opvragen bij anderen. Langs de andere kant kost een eigen systeem ook geld en dat is een nadeel, maar dat is een afweging die je moet maken. We sluiten wel niet uit dat we in de toekomst misschien een stap zetten naar een extern ticketingbedrijf, maar voorlopig is dat niet aan de orde.

Wie is de grootste concurrent van de AB als organisator? En als zaaluitbater?

Wij zitten eigenlijk in een luxe positie omdat wij als AB zijnde door al die jaren ervaring een reputatie hebben opgebouwd waardoor heel wat artiesten hier graag willen staan. We krijgen ook veel aanbiedingen van artiesten waardoor de hoofdtaak van de programmatoren eigenlijk nee zeggen is geworden. We proberen ook tot in de puntjes goed te zijn en we behoren dan ook tot de top van de wereld. We hebben een eigen studio en een eigen in house videosysteem met HD camera’s. Dat is behoorlijk uniek en groepen weten dat ook. Dit gezegd zijnde is er natuurlijk heel wat concurrentie. Nu in Brussel voelen we dat niet meteen. Met de Botanique komen we goed overeen en we zijn ook heel complementair. Vaak zien we dat groepen eerst in de Rotonde in de Botanique staan, dan naar de Club in de AB komen waarna ze terugkeren naar de Orangerie en dan terugkomen naar de grote zaal in de AB. Vorst Nationaal is direct al veel groter. Dus in België hebben we voor onze grootte niet echt veel concurrentie. Maar je moet waakzaam blijven. La Madeleine is nu net geopend. Misschien wordt dat op termijn een concurrent. Er is ook zo veel aan entertainment. We moeten ook concurreren met festivals ook al zijn we niet open in de zomer. Festivals zijn duur en jongeren hebben ook maar een bepaald budget en kiezen er misschien voor om eerder naar de wei te trekken dan in het jaar naar concerten.

Krijgen jullie veel te maken met de zwarte markt? En wat doen jullie daar dan tegen?

Dat is een groot probleem en iets waar je heel weinig tegen kan doen. De overheid zou daar eigenlijk harder moeten tegen optreden. Het grote probleem is dat alles online gebeurt. Zelfs vanuit het buitenland, dus de overheid staat ook een beetje machteloos. We zouden eigenlijk met de hele concertsector onze krachten moeten bundelen en met z’n allen de strijd aan gaan, maar je kan het niet vermijden. Het gebeurt ook gewoon op straat. Ik denk wel dat wij minder last hebben dan het Sportpaleis en Vorst Nationaal omdat onze zaal minder groot is, maar de enige oplossing is je groeperen als sector en daar gemeenschappelijk tegen optreden.

Zoals jullie het zelf zo mooi verwoorden, jullie behoren als pop- en rocktempel tot het selecte groepje ‘instellingen van de Vlaamse Gemeenschap’. Dat schopt sommigen toch tegen de schenen omdat jullie geld krijgen van de overheid. Wat hebt u hierover te zeggen?

We krijgen al van in 1979 subsidies  van de overheid. Het enige dat veranderd is, is dat ons statuut is aangepast en nu zijn we een van de grote instellingen waardoor we een soort zekerheid zijn binnen de Vlaamse cultuurwereld. Het is positief dat er voor de eerste keer een pop- en rocktempel tot dat selecte kransje hoort. Voor de rest zitten er enkel instellingen in die aan cultuur met een grote C doen zoals het Ballet Van Vlaanderen. Ik denk dat het goed is dat een rockzaal ook die erkenning krijgt. Ook voor de andere concertzalen in Vlaanderen, maar hoge bomen vangen veel wind zeker. Ik kan mij inbeelden dat daar soms kritiek op komt, maar het is onze rol. We hebben dan ook een voorbeeldfunctie en proberen onze kennis te delen. Maar ik denk dat de relatie met de sector wel goed zit.

Is dan heel die discussie die gevoerd wordt over La Madeleine en Paleis 12, dat het oneerlijke concurrentie is dat de stad Brussel zelf uitbater is, niet lichtjes hypocriet?

Er is een heel groot verschil tussen een onafhankelijke organisatie die subsidies krijgt ter ondersteuning van hun werking en zelf de eigenaar zijn van een organisatie die concerten organiseert. Dat is het geval met La Madeleine en Paleis 12. Het gekke is dat je langs de ene kant subsidies krijgt van een overheid die je langs de andere gaat beconcurreren. Dat is een heel vreemde situatie. Het is goed dat een overheid aan cultuurparticipatie doet en dat is ook de taak van een overheid, maar ik denk dat zij vooral moeten zoeken naar een gat in die concertmarkt. Wat doet de privésector nog niet voldoende of waar is er een leemte binnen de cultuurwereld in de stad? Als je daar dan gericht op gaat werken, is dat goed, maar als er iets is dat in Brussel overvloedig aanwezig is, zijn het wel concertzalen. Als je dan net op dat punt zelf actief gaat zijn, dat vind ik een heel vreemde beslissing. Het is niet dat we schrik hebben. Het is nu eenmaal de situatie en voorlopig hebben we daar nog niet te veel gevolgen van want er worden nog niet veel concerten georganiseerd in La Madeleine. De overheid heeft  die stap ook heel onafhankelijk gezet. Ze hebben op geen elk moment met de muziekactoren in Brussel overleg gepleegd. Het had een veel mooier signaal geweest als de stad Brussel een zaal zou openen en dat wij of de Botanique of de VK (De Vaartkapoen nvdr.) daar af en toe iets in zouden organiseren. We hadden dat samen kunnen doen. Maar iets subsidiëren is een wezenlijk verschil dan zelf iets organiseren.

De inkomsten van artiesten komen tegenwoordig voornamelijk uit concerten en ze vragen dus steeds meer. Met het gevolg dat tickets steeds duurder worden. Denkt u niet dat mensen hierdoor gaan afhaken?

Dat is een bekommernis die we zeker hebben. We proberen sowieso de prijzen zo laag mogelijk te houden. Dat is ook het voordeel van een vzw. We moeten niet aan winstmaximalisatie doen. We moeten er gewoon voor zorgen dat we op het einde van het jaar een nulbalans hebben. Dat wil zeggen dat wij die ticketprijs zo laag mogelijk moeten houden, maar inderdaad als groepen veel meer geld beginnen vragen, moet je volgen in de ticketprijs. Dat kan niet anders. Er heerst wel een dubbel gevoel want we merken dat de mensen ook wel bereid zijn om veel geld te besteden aan artiesten die ze graag willen zien. Zeker omwille van het feit dat ze minder geld uitgeven aan cd’s. Voor de beleving en het meemaken zijn mensen tot nu toe nog steeds bereid om te betalen.

Wat zijn volgens u de sterktes, zwaktes, opportuniteiten en uitdagingen voor de Ancienne Belgique?

Onze sterkte is onze rijke ervaring waardoor we eigenlijk heel goed zijn in het organiseren van concerten. We zijn heel divers en hebben een goede equipe. Mensen blijven hier ook heel lang werken. Het nadeel daarvan is dat we soms gebrek hebben aan vers bloed. Het is ook belangrijk om mee te zijn met al die nieuwste ontwikkelingen van social media. Dat is echt wel een bekommernis voor ons. De uitdaging ligt in de vraag of jongeren naar concerten gaan willen blijven komen. Dat is iets wat we echt in de gaten gaan moeten houden. We zullen een manier moeten vinden om jongeren naar concertzalen te krijgen. Worst case scenario krijg je een hele generatie die niet graag naar concerten gaat omdat ze anderhalf uur dezelfde artiest te langdradig vinden. Ik ben er ook van overtuigd dat 16 jarigen inderdaad liever naar festivals gaan, maar dat ze daar de smaak te pakken krijgen om naar concerten te komen en dat op latere leeftijd ook gaan doen. De zwakte is dat we echt moeten zoeken naar instroom. Ook dat we een product hebben dat al die jaren eigenlijk hetzelfde is gebleven en we dat moeilijk kunnen aanpassen. Dat heeft weer met die jongeren te maken, maar hopelijk is het iets tijdloos want we hebben geen uitwijkmogelijkheden. Uiteindelijk zorgt dat ervoor dat je heel zwak bent. Ook als er nog aanslagen gepleegd worden, zitten wij met grote problemen. Dan kunnen wij ook de boeken sluiten en dat is een reële dreiging.

Liggen er nog andere toekomstplannen voor de AB in het vooruitzicht?

Wij willen nog meer samenwerken dan dat we nu doen. We hebben een actieplan om nieuwe doelgroepen aan te boren zoals jongeren, maar ook mensen van allochtone afkomst. Die bereiken we nog te weinig. Ook met technologie willen we niet achter blijven. Daarom werken we bijvoorbeeld aan concerten in virtual reality. We proberen innovatief te zijn op alle mogelijke manieren. Bij het ticketingsysteem willen we het mogelijk maken om gewoon met een app je drinken te betalen. Het is heel veel werk want je moet alles analyseren en onderzoeken, maar dat moet je gewoon doen. We denken ook aan een educatief luik. Onze kennis delen via workshops waardoor we eigenlijk een soort opleidingscentrum worden voor jonge artiesten. We denken vooral muziek gerelateerd, maar met aftakkingen in alle mogelijke richtingen.

Een goed concert zijn 2000 mensen die gelukkig naar huis gaan en dat heeft echt een maatschappelijke invloed. Je brengt een beetje geluk en in deze tijden hebben we dat zeker nodig. Ik denk dat cultuur de oplossing is voor heel veel vragen. Klinkt er misschien over, maar ik meen dat.

< Caro Dralants >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news