PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Andre Brasseur en band

woensdag 28 december 2016De Roma Borgerhout

Andre

Op zeventien staat ie in de lijst van best verkopende Belgische artiesten: André Brasseur. Dat heeft ie voornamelijk te danken aan zijn grootste hit ‘Early Bird Sattelite’ uit 1965. Het nummer werd al snel qua titel ingekort tot ‘Early bird’. In die jaren ’60 en ’70 werden zijn nummers (o.a. Big Fat Spiritual) niet zelden gebruikt voor jingles van de BRT en ook de stations van piratenradio’s deden er maar al te graag beroep op voor hun tunes. Brasseur verkocht meer platen dan Bobbejaan Schoepen en K3. Toen ie vier jaar geleden in de Bonnefooi optrad, een café over de AB, net zoals zijn carrière gestart was: in bars, ontstond het idee om een nieuwe band te vinden voor hem. Dertigers en veertigers begeleiden de 77-jarige Hammondorgelbespeler nu. En het moet gezegd, het is vooral de verdienste van gitarist Ben Van Camp, bassist Ben Brunin, trompettist Jo Hermans, saxofonist Wietse Meys en drummer Dirk Jans dat ze het wat karakteristieke zompige, moerassige geluid van het orgel en zijn lesliespeaker tot een hoger, moderner en funkier/rockend niveau wisten te tillen.

220 000 Belgische frank kostte zijn orgel in de jaren zestig. Het gevaarte weegt zo’n 250 kilo en kreeg een gouden laagje omdat de Duitse televisie destijds vond dat een gewoon houten exemplaar te weinig star quality opleverde. Sindsdien sprak men over ‘André Brasseur and his golden organ’. Naar verluidt weigerde hij een samenwerking met James Brown en Claude François. Maar met Roland Kluger, de man achter de carrières van Will Tura en Plastic Bertrand, ging Brasseur wel in zee. Op het hoogtepunt van zijn carrière had ie twee nachtclubs in de jaren ’80 en zo’n 80 man personeel onder zich. Maar net zoals bij Bobbejaan die op een bepaald moment bleef steken in het moeras van Bobbejaanland, kon ook Brasseur zijn internationale carrière niet verder zetten en moest hij na verloop van tijd zijn clubs ook van de hand doen. In de jaren ‘90 was ie studiomuzikant voor Vaya Con Dios. Hij speelde nummers als What‘s a Woman, Nah Neh Nah en Heading for a Fall in.

‘Koede avond. C’est juste hé. Ik heb Nederlands op school geleerd. ’t Is niet gemakkelijk om te praten. Et voila. Ik ben een verlaten kind. Mijn ouders zijn al dood. Ik heb geen stukje brood.’ zei de man als opener in het Nederlands met stevig Frans accent. Bij ‘Periferic’ daagt ie het publiek uit om de stoeltjes te laten voor wat die zijn. We zijn nog maar aan het vierde nummer van de avond en de vis wil aanvankelijk niet bijten. Tot er een drietal mensen zich op de dansvloer begeven en zij onder andere dankzij die trompetsolo van Jo Hermans al snel vermenigvuldigen. Eén vrouw vraagt Brasseur ook even om op het podium te komen dansen. In de volgende nummers krijgt elke muzikant wel even een solo. Een repetitie voor het feest van Nieuwjaar. Zo nodigt Brasseur ons uit om de avond op te vatten.  

Een nummer als ‘The kid’ ademt moeiteloos die sfeer uit van de danscafés van weleer, van de Lou Roman Bands van deze wereld ook, maar dan tot een ander niveau gebracht. Het is dat spagaat waar we constant mee zitten tijdens de ganse show die maar liefst 26 minuten zou uitlopen en dus bijna een uur en drie kwartier zou duren in plaats van het voorziene uur en een kwart. Wat proberen de massamedia te doen? Brasseur te hypen, dit soort muziek terug hip te maken terwijl er niks hips is aan orgelmuziek. Dit ademt vooral de twintigste eeuw uit, en helemaal niet de enentwintigste.

Een nummer als ‘Early bird’ laat ie door het publiek mee ‘padadammen’ terwijl de geluidsman, die blijkbaar wel zijn vak kent en uit de nieuwe luidsprekers van de Roma een volle sound weet te genereren, het geluid van de Hammond even stiller zet. Brasseur coverde vervolgens ‘Universal Nation’ van Push. Een nummer dat drie noten inhoudt voor hem op orgel. Of hoe simpel muziek soms kan zijn.

De man die recent de Vinyl Frontier Lifetime Achievement Award – dat is een mondvol - in de wacht mocht slepen, kreeg op het einde een ‘Merci André!’ gescandeerd door het publiek, wat overigens uitgelokt werd door de man zelf en Jan Delvaux die hem aankondigde. Finaal bracht ie nog een hommage aan Booker T. & the M.G.‘s door zijn versie van ‘Green Onions’ op de Roma los te laten. Was dit optreden vijf sterren waard? Neen. Daarvoor was het te veel van hetzelfde en voelden we dat niet iedereen in het publiek (niet alleen de mensen op het balkon) volledig overstag waren gegaan.

Het moet zijn dat onze collega journalisten uit misplaatste idolatrie en/of door iets te diep in het glas gekeken te hebben ’s middags in de Marquee van Pukkelpop en/of omdat Brasseur er het ouderdomsdeken was en ze hem wilden sparen (zoals men ook kennelijk doof was voor Paul McCartneys valse noten op Rock Werchter) en/of bij gebrek aan betere artiesten van de nieuwe generatie en/of het gevaar dat er anders in zat dat de journalisten geen vijfsterrenreview konden afleveren aan de Chokri’s van deze wereld wat sowieso voor gezeik zou zorgen achteraf en/of om communautair gehakketak te voorkomen, wellicht kozen voor de gemakkelijkste en veiligste optie om een charmeoffensief te starten richting deze Waalse muzikant want wij zagen vooral het surrealistische van een uitverkochte De Roma op woensdagavond terwijl deze act eerder past bij een gezapige zondagmatinee voor bejaarden net als de Lou Roman Band, het Willy Claes Quartet en vele andere. Dat is misschien nog eens een idee voor Pukkelpop 2017: het Willy Claes Quartet. Naar verluidt heeft die man dezelfde politieke overtuiging als de organisator van Pukkelpop... En is zijn dochter de ex-burgemeester van Hasselt. Dus zo moeilijk kan dat niet zijn.

Wat nuchterheid zou dus geen kwaad kunnen in de muziekjournalistiek. Dat wensen we onze collega’s van de massamedia toe voor het nieuwe jaar: dat ze wat meer platte waterkes drinken op een muziekfestival dan alcoholische dranken. Hun geloofwaardigheid zal erop vooruitgaan en hun lezerspubliek (voor zover ze dat nog hebben) zal het hen in dank aanvaarden. Voor alle duidelijkheid: we gunnen het Brasseur en de tweede adem die ie voor zijn carrière vond. En die droom om in L‘Olympia in Parijs te staan: daarvoor heb je geen geforceerde hype nodig. Bart Peeters van de Droomfabriek volstaat.

< Bert Hertogs >

De setlist: (mogelijks onvolledig)

  1. Intro
  2. Holiday
  3. Studio 17
  4. Special 230
  5. Periferic
  6. Concorde
  7. Pow-pow
  8. The kid
  9. Big fat
  10. Funky
  11. The invasion
  12. Atlantide
  13. Fugue
  14. Early bird
  15. Universal nation
  16. X
  17. Revolution 2000
  18. Green Onions (cover Booker T. & the M.G.‘s)


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news