PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Sparks

zaterdag 16 september 2017Ancienne Belgique Brussel

Sparks

Gek en geniaal tegelijkertijd, dat was het optreden van de Amerikaanse band Sparks in de Ancienne Belgique. De groep die draait rond de broers Ron en Russell Mael dateert uit een periode – de 70’s- dat ongegeneerd je falsettostem bovenhalen een handelsmerk mocht zijn en enige theatraliteit in songs en performances het geheel net als bij Queen afmaakte. Voor een laaiend enthousiast publiek stond de groep in Brussel. En de Maels genoten kennelijk van de overweldigende respons. Meermaals bedankten ze de fans omdat ze er mee een super optreden van maakten. Zelfs Ron – die al jaren de stijve hark uithangt achter zijn keyboard en bewegingloos de ganse tijd in dezelfde richting staart – kroop op het einde even uit zijn rol om de fans te bedanken. “Brussel is voor ons een tweede thuis”, zei ie oprecht waaraan hij fijntjes toevoegde dat de groep twee albums in onze hoofdstad opnam.

Het is dat contrast tussen zanger Russell die met zijn aanstekelijk enthousiasme op het podium beweegt en zijn kurkdroge broer achter de toetsen die het geheel al bij de start erg amusant maakt. Twee jaar geleden werkte de groep samen met Franz Ferdinand en doopten ze zich samen tot FFS. Een van de nummers die ze toen uitbrachten was ‘Collaborations don’t work’. Het moet gezegd, die mannen hebben humor. Wanneer Russell ‘I wish you were more fun’ komt zingen en mee achter de toetsen staat, lijkt de song te verwijzen naar zijn broer, die vrolijk in majeurakkoorden op piano speelt. Maar wanneer ie de song mag neerleggen op piano gaat ie plots voor in mineurakkoorden. Het geniale, de humor, zit dus lang niet alleen in de teksten, ook op muzikaal vlak hanteert Sparks komische elementen. Veel grappiger dan dit kan je het overigens niet bedenken. ‘Bedankt om zo geniaal te zijn.’ zien we dan ook geheel terecht een fan op een spandoek al vooraan het optreden afrollen.

‘My baby’s taking me home’ zingt Russell dan weer zó gigantisch repetitief dat je je afvraagt wat er nu precies van aan is. De manier waarop de man, die overigens een acteursopleiding eind jaren ‘60 heeft gevolgd, het nummer brengt en zijn intonatie doet, switcht tussen bevestiging ‘ze gaat me naar huis brengen’ en ‘gaat ze me naar huis brengen?’ Tussen wens en realiteit dus. Helemaal grappig wordt het wanneer de band voor een vals einde kiest, en daarna nog eens heel wat ‘My baby’s taking me home’’s er tegenaan gooit en Russell overgaat in parlando waarna de band via een ultieme crescendo de zaak neerlegt.

Openen deed de band met ‘What the Hell Is It This Time?’, uit het pas verschenen album ‘Hippopotamus’, dat het publiek al meteen meeklapte wanneer de basdrum de zaak extra oppookte. Russell zong ook deels a capella en haalde moeiteloos zijn hoge noten. Daarna ging het over in ‘Propaganda’ om al meteen tot een duo hoogtepunten te komen, zo vroeg in het optreden. De aanstekelijke pianoriff van ‘At Home, At Work, At Play’ kreeg de handen van het publiek moeiteloos op het einde van die song op elkaar. Wat volgde was stevig gejoel en applaus. Kippenvel op onze armen verscheen tijdens een weergaloze versie van ‘When Do I Get to Sing “My Way“’ uit 1994. Als veertienjarige puber hadden we deze song al erg weten waarderen, maar zo’n straffe live performance 23 jaar later nog kunnen meemaken, dat hadden we nooit durven hopen. En wat te denken van een nummer dat de missionarispositie anno 2017 promoot trouwens?

Qua looks komt Sparks live als een schoolbandje over dat voor het eerst op een Prom Night mag aantreden. Alle muzikanten dragen wit en donkerblauw gestreepte t shirts, een uniform quoi. Behalve Ron. Die draagt een wit hemd, een das en een gestreepte vest die wat gedateerd aanvoelen net als zijn kapsel, met het haar naar achter in de gel. Hij doet tijdens ‘The Number One Song in Heaven’ zijn vest uit. Een vette knipoog naar een van de vaak gebruikte showtrucs is dat. De vrouwen kirren het – zoals verwacht – uit. En wanneer hij vervolgens maniakaal aan het dansen slaat, net als in de clip van ‘When Do I Get to Sing “My Way“’ overigens, registreren tientallen smartphones zijn moves terwijl de beats per minuut gevoelig opgedreven worden. Wanneer ie bij ‘This Town Ain‘t Big Enough for Both of Us’ een heerlijke pianoriff afsteekt, is het feest helemaal compleet. Het nummer uit 1974 dat in de charts bij ons een vierde positie haalde, wordt met een luidruchtig applaus onthaald. De elektrische gitaar en drums doen hun ding, dit is een rockopera-nummer pur sang dat wellicht op muzikaal vlak nog steeds de meest indrukwekkende song is van Sparks alleen al qua compositie. In de toegiften noteren we als laatse nog ‘Amateur Hour’ waarbij de groep alle registers nog eens finaal opentrekt, voor snelheid gaat in een optreden dat er al een stevig tempo op nahield.

Met ‘Het was formidabel. Merci. Thank you.’ bedankte Sparks zijn laaiend enthousiast publiek in de AB. Dat was niet gelogen, het was dan ook een ronduit formidabel optreden.

< Bert Hertogs >

De setlist:

  1. What the Hell Is It This Time?
  2. Propaganda
  3. At Home, At Work, At Play
  4. Good Morning
  5. When Do I Get to Sing “My Way“
  6. Probably Nothing
  7. Missionary Position
  8. Hippopotamus
  9. Sherlock Holmes
  10. Dick Around
  11. Scandinavian Design
  12. Edith Piaf (Said It Better Than Me)
  13. Never Turn Your Back on Mother Earth
  14. I Wish You Were Fun
  15. My Baby‘s Taking Me Home
  16. The Number One Song in Heaven
  17. This Town Ain‘t Big Enough for Both of Us
  18. Hospitality on Parade

Bis:

  1. Johnny Delusional
  2. Amateur Hour


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news