PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Mitten wir im Leben sind

zondag 24 september 2017De Munt Brussel

Mitten

Met ‘Mitten wir im Leben sind’, en verwijzing naar een middeleeuwse hymne die Luther vertaalde naar het Latijn en tevens op de grafsteen van Pina Bausch te lezen is, op de 6 cellosuiten van Bach tekent de 57-jarige Anne Teresa De Keersmaeker samen met cellist Jean-Guihen Queyras een opvallende voorstelling af die naar ons aanvoelen ook verwijst naar de midlife. Wat wellicht het meest verrast, is het frisse karakter, het speelse, de joie de vivre die in elk van de zes choreografieën steekt. Denken we maar aan de sprongetjes (al dan niet met het rechterbeen ingetrokken) vooruit in de richting van de achterwand van het toneel. Zeker, de analyse van het werk van Bach voerde ze keurig uit en laat ze als een symbiose samensmelten met haar danstaal. Een lijn, twee parallelle lijnen, een driehoek (in suite 3), vierkant (in suite 4), cirkel (in suite 5) en rechthoek (in suite 6) toont ze wanneer ze nonverbaal elk hoofdstuk aankondigt. Maar daarnaast speelt De Keersmaeker ook met subtiele humor. Zo draagt ze een bruin vintage truitje bij de start die wat doet denken aan een bommatrui, gooit ze die verderop de voorstelling tijdens de tweede cellosuite van zich af, en zien we haar helemaal op het einde van de voorstelling een oude vrouw spelen, krom, slecht te been, en met handen die wat verwrongen staan naar de aarde gericht. Daartegenover staat het jonge meisje dat steeds aan de linkerkant van de bühne afgaat en naar links en rechts huppelt alsof ze op de speelplaats van de lagere school zit op het einde van de vijfde cellosuite bijvoorbeeld.

Het is niet de eerste keer dat De Keersmaeker zich bedient van Bachs muziek bij het maken van een choreografie. Zijn systematiek, sterk gestructureerde en mathematische benadering lenen zich dan ook goed om zijn werk met al zijn verschillende lagen (de onderliggende baslijn die je niet kan horen bijvoorbeeld) uit te kleden en van daaruit op te bouwen tot een voorstelling. Ook in ‘Toccata’, ‘Zeitung’ en ‘Partita 2’ ging de choreografe aan de slag met muziek van Bach. Bij de eerste cellosuite legt ze samen met haar danser de basis van de voorstelling met elementen die tijdens elke suite terugkomen. Het opvallendst van al is wellicht de twee armen die ze gestrekt voor zich houdt alsof ze in een zwembad zou springen, waarna ze drie huppelsprongetjes naar achter doet. Elke suite koppelt ze trouwens aan de persoonlijkheid van een danser. De eerste is voor Michaël Pomero, de tweede voor Julien Monty, de derde voor Marie Goudot en de vierde voor Bostjan Antoncic. In de allemandes komt De Keersmaeker er zelf bij en wordt het werk op die manier meerstemmig. In de courantes – waarin het woord ‘lopen’ in het Frans zit – laat ze haar dansers op de scène in de vorm van een cirkel lopen. Naar voor wanneer de muziek in majeur geschreven is, naar achter wanneer mineurtonen te horen zijn. Qua gemotrische lijnvoering volgt de voorstelling die van een pentagram maar even goed ook van spiralen en cirkels, nog steeds een van de favoriete geometrische lijnen van De Keersmaeker. Ook verwijst ze naar het barokke karakter tijdens traditionele dansen, onder andere in suite 3 waarbij ze zich verbindt met enkele vingers met Marie waarbij beiden hun vingers zich tot elkaar verhouden als en punt van een driehoek. Verder zijn er nog poses te zien die aan tableau vivants doen denken of sculpturaal aanvoelen, en laat ze haar dansers wandelen naar voor en achter, niet zelden trekken ze dan een diagonale lijn, naar de deur linksachter het podium of de cellist in kwestie die bij elk deel op een andere positie zit op het podium.

De vijfde suite is met stip de donkerste terwijl de zesde als de verrijzenis aanvoelt, te zien in de blikken die richting hemel gericht worden trouwens terwijl De Keersmaeker op haar knieën zit. Het mathematische is altijd iets geweest waar de Vlaamse choreografe zich als perfectioniste op richtte. Niet toevallig staan de vijf dansers samen met de cellist op het podium tijdens die zesde suite. Vijf plus een is zes. Onze favoriet is met stip de derde cellosuite waarbij de Keersmaeker danst met Marie Goudot. Dat levert onder andere even hoekige bewegingen op die lijken te verwijzen naar robots. ‘Ik dans graag’ klonk het kinderlijk oprecht tijdens een recent televisie interview dat de choreografe gaf aan de openbare omroep. In de Munt zág je dat ook, aan de blik, de glimlach, het frivole karakter, de gretigheid ook. Zelf hadden we als kind een bloedhekel aan Bach. We werden er immers mee om de oren geslagen in de Academie waar we pianolessen volgden. Satie, dat was ons ding. De Keersmaeker leerde ons de afgelopen jaren op een andere manier naar Bachs muziek kijken en die opnieuw min of meer te appreciëren. Dat is geen ongeringe verdienste.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news