PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Pelleas et Melisande

zondag 4 februari 2018Opera Antwerpen

Pelleas

Met Pelléas et Mélisande trekt Opera Vlaanderen de lijn van de kosmos, de symboliek en meer dan ooit die van de geometrie. Het resultaat is een mix van dans (er staan 7 dansers op de bühne), opera die gezongen en gespeeld wordt, video (die van de hand is van de Italiaan Marco Brambilla) en belichting (waarvoor Urs Schönebaum tekende) die met elkaar in dialoog gaan. Op het eerste zicht lijkt het weliswaar alsof de verschillende kunstvormen los van elkaar staan en elk op hun manier dingen om de aandacht van de kijker. Feit is dat ze naar elkaar verwijzen. Wanneer in de choreografie twee keer drie draden vertrekken vanuit Mélisande die in een cirkel bovenaan staat, zien we niet veel later dezelfde geometrische lijnvoering via een grote lens waarop een lichtstraal als op een prisma kaatst en zo een set van twee keer drie stralen wegstuurt. Op die manier trekt de voorstelling ook het verband tussen een cirkel, een rechte en een driehoek wat op zijn zachtst gezegd ingenieus is.

Twee mannen voelen iets voor Mélisande: Golaud (bariton Leigh Melrose) waarmee ze getrouwd is en een ongeboren kind mee heeft en Pelléas (de Zuid-Afrikaanse bariton Jacques Imbrailo). Die driehoeksrelatie komt aan het licht, Golaud wordt jaloers en doodt Pelléas. Mélisande sterft niet veel later aan wat aanvankelijk een onschuldige wonde lijkt. Zeker, deze productie in een regie van Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet voelt erg 1 op 1 aan maar dat ligt ook gewoon aan de opera zelf – de enige van Debussy – die in 1902 in Parijs in première ging. Een haar is hier een spel van draden en tevens een spinnenweb die de intrige toont, de driehoeksverhouding. De cirkel verwijst niet alleen naar de kosmos – tevens te zien in het decor dat naar een planetarium verwijst en de visuals – of het oog, maar ook naar de trouwring die de zwangere Mélisande (de Noorse sopraan Mari Eriksmoen in een roldebuut) verliest aan de ‘Bron der Blinden’. Golvende bewegingen zien we dan weer wanneer de dansers in een cirkel naar elkaar toe komen, en hun bovenlichaam naar achteren krommen. Ook de witte laserstralen die doorheen de rook boven het podium de zaal in dansen, zijn golvend van aard.

In de eerste drie bedrijven (goed voor anderhalf uur opera) gebeurt er nauwelijks wat. Het is dan ook een van de redenen waarom we niet zo’n fan zijn van deze opera. Tevens kent de partituur een wel erg repetitieve structuur: scène, tussenspel, scène, tussenspel, enz. waardoor het geheel – 13 taferelen – op den duur erg fragmentarisch aanvoelt, zeker als je weet dat die eerste drie bedrijven vooral ertoe moeten leiden om Golauds jaloezie op te wekken. Het is dan ook een sterke prestatie dat deze productie ons wél aangenaam wist te verrassen én blijvend wist te boeien op de momenten dat we doorgaans moeite hebben om bij de les te blijven.

In bedrijven vier en vijf zit er wel meer actie, goede dialogen en kunnen de zangers meer body geven aan de psychologische laag van hun personages. Het is dan immers ook dat Pelléas en Mélisande elkaar de liefde verklaren – zij weliswaar fluisterend – in de vierde scène van het vierde bedrijf: ‘O wat zei je Mélisande! Ik kon het haast niet horen! Het ijs is met gloeiende ijzers gebroken’. Dat ijs toont de Servische decorontwerpster Marina Abramovic via levensgrote ijskristallen die op het podium liggen, staan of in de nok hangen.

Het is geen kleine verdienste van Cherkaoui en Jalet die al 18 jaar met elkaar samenwerken dat ze via vloeiende choreografieën de scènes in de eerste drie bedrijven aan elkaar weten te koppelen zodat ze daar de dramaturgie en de spanningsboog van het werk als een koord wat extra laten aanspannen. Dat komt deze opera absoluut ten goede. De draden zijn tevens een verwijzing naar marionettentheater waar Maurice Maeterlinck van hield. Lijkt het in het begin nog dat Mélisande de heren in haar web heeft, dan blijkt later dat Golaud het is die de macht naar zich toetrekt.

Trekken ze in het begin zowel de lijn van de rechte, de diagonaal, de driehoek (met de koorden, maar even goed ook hoe de armen en handen van de dansers zich tot elkaar verhouden met hun gezicht of de manier waarop ze zich tot elkaar verhouden aan de trap die uitmondt op een cirkel) dan zien we de dansers ook rond hun as tollen, over de scène rollen, een grote cirkel met z’n zevenen vormen, ... Verwijzingen naar het geloof zien we in de Jodenster die bij de start gevormd wordt met de koorden (ook in Faust werd die onlangs op het podium geprojecteerd trouwens), de zeven mannelijke dansers die het dode lichaam van Mélisande op handen dragen, het feit dat de choreografen kiezen voor 7 dansers wat een heilig getal is, enz. Niet zelden staan de mannen ook in een rechte lijn, of diagonaal ten opzichte van elkaar wanneer ze bijvoorbeeld een beweging uitvoeren die lijkt op een charge door enkele soldaten. Op dat moment tonen zij wat er zich in het hoofd van Golaud afspeelt. Wanneer ze kris kras door elkaar in cirkeltjes rond wandelen, toont dat de desoriëntatie van het personage. Hij weet het zelf even niet meer lijkt het wel. Doorgaans doen de tussenspelen de opera inzakken. Maar hier in een gechoreografeerde vorm, vormen ze een absolute troef voor de voorstelling. Zo zien we de strijd tussen de mannen uitgebeeld waarbij de dansers hun handen over elkaars gezicht plaatsen en eindigen in een vleeshoop, of is er net voor de derde scène van het vierde bedrijf bijvoorbeeld de verwijzing naar Atlas en zijn wereldbol. De zeven zitten dan in een cirkel terwijl hun schouders de gouden bol ondersteunen waarop de Israëlische sopraan Anat Edri – lid van het Jong Ensemble bij Opera Vlaanderen en tevens in een roldebuut - als Yniold plaatsneemt.

De muzikale leiding van de Argentijnse dirigent Alejo Pérez is van uitstekend niveau net als de zang van de hele cast waarbij een indrukwekkende Matthew Best als Arkel, de opa van Golaud in zijn roldebuut stevig mag uithalen in de tweede scène van het eerste bedrijf: ‘Ik heb me nog nooit verzet tegen hetgeen het lot beschikte. Hij kent zijn eigen toekomst beter dan ik. Misschien is niets dat gebeurt ooit zinloos ...’ terwijl de sound van het orkest aanzwelt. Dat lot zal uiteindelijk in de handen van Mélisandes dochter komen te liggen: ‘Het moet nu in haar plaats leven. Nu is het de beurt aan dit arme kleintje.’

< Bert Hertogs >  


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news