PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Syncope | Brel et Barbara ★★★★

zondag 5 mei 2019Koninklijk Circus Brussel

Syncope

Met Syncope van Gil Roman uit 2010 en Brel et Barbara van Maurice Béjart uit 2001 keerde het Béjart Ballet Lausanne 15 jaar na hun jongste passage aan het Koninklijk Circus opnieuw naar de zaal aan de Brusselse Onderrichtsstraat die na renovatie dit seizoen opnieuw de grandeur van weleer uitstraalt. Van 1 t.e.m. 5 mei kon het bekende balletgezelschap optreden in onze hoofdstad. Brel, Béjart en Brussel dat blijft dan ook tot de verbeelding spreken. Zeker in een jubileumjaar. Dit jaar ligt Brels geboortejaar namelijk exact 90 jaar geleden achter ons. 60 jaar geleden vroeg Maurice Huisman, de toenmalige directeur van de Munt, Béjart om een balletvoorstelling te creëren. Dat werd het wereldberoemde ‘Le sacre du printemps’ op muziek van Stravinsky dat naast diens Bolero uit 1961 op muziek van Ravel met stip tot de meesterwerken van Béjart gerekend kan worden. Sinds zijn overlijden in 2007 blijft zijn gezelschap onder leiding van Roman zijn werk levend houden en opvoeren. Roman creëerde als opvolger van Béjart zelf ook onder zijn eigen naam in de geest van Béjart.

Zo leerde Brussel voor de pauze voor het eerst Syncope, op muziek van Citypercussion van Thierry Hochstätter & JB Meier en Frédéric Chopins Berceuse uit de Mazurka in do majeur, op. 33 n°3  kennen, Romans choreografie die in 2012 al in de Stadsschouwburg van Antwerpen te zien was.  Toegegeven, nu we deze creatie voor de tweede keer zagen, wisten we het werk veel meer naar waarde te schatten dan bij de eerste visie. Syncope schuwt de theatrale kaart niet. Zo zien we een jongetje in zijn groene zetel verdrinken terwijl een vrouw een lampenkap op haar hoofd heeft. Door aan een imaginair koord te trekken, doet ze haar licht uit zodat we een black out te zien krijgen, of floept net het podiumlicht aan, wat een leuke vondst is.

Een van de troeven van het Koninklijk Circus is dat er een balkon is. Op die manier kan je veel beter dan op de parterre de geometrische lijnen zien die het gezelschap op het podium tekent. Bij de start van Syncope zien we bijvoorbeeld een groep van 5 mannen rechts, terwijl even veel vrouwen links van hen staan. Allebei vormen ze een vijf zoals de ogen van een dobbelsteen tonen. Een vrouw, een vogel, wordt uit haar kooi gehaald en danst haar vrijheid tegemoet. Niet veel later zien we het gezelschap walsen op het podium. Dominique Roman tekende net als voor Brel et Barbara voor het lichtplan van deze choreografie. We zien onder andere een langwerpige rechthoek van achteraan het podium naar voren via de witte belichting verschijnen. Aan beide kanten daarvan staan dansers wanneer de lampion de man in zijn  groene zetel naar voor duwt alsof ie over een rode loper gerold wordt. Erg knap is ook de scène waarin een ballerina zich als een bolletje klein maakt en met haar buik hangt aan de arm van een danser. Dan weer worden er drie vierkanten geprojecteerd op het podium. De man gaat in de linker liggen, ook in een bolletje, ligt niet veel later plat op zijn rug en hapt naar adem. Syncope is om kort te gaan dus erg fantasierijk.

Ook Brel et Barbara voelt net als Syncope fragmentarisch aan, als een aaneenschakeling van losse eerder heterogene scènes waarin weliswaar enkele toppers schuilen. Twaalf choreografieën bundelt die voorstelling maar liefst op even veel muziekfragmenten van Barbara (L‘aigle noir, Dis! Quand reviendras-tu?, Ma plus belle histoire d‘amour, La solitude en Chapeau bas) en Jacques Brel (La valse à mille temps, Quand on n’a que l’amour, Ne me quitte pas, Rosa, Le bon dieu, Litanie pour un retour en Mijn vlakke land). Openen doet de voorstelling met quotes van de twee artiesten waaronder Brels ‘J‘avais douze ans et je me demandais si les adultes étaient imbéciles ou s‘ils avaient l‘attitude d‘imbéciles. C‘est effrayant les adultes, ça me fait peur. Ils ont plus d‘avenir que de présent. Ils sont assis et ils se croient debout. C‘est effrayant.’

Na de quotes volgt Brels ‘Rosa’ waarbij het balletgezelschap de tango brengt, de vrouwen met een rode roos in de hand en de mond.  Dat de choreografie de eclectische kaart trekt, is al meteen te zien in de erg mooie pas de deux ‘Litanie pour un retour’ tussen Solène Burel en Julien Favreau terwijl  Gabriel Arenas Ruiz en Elisabet Ros (die laatste speelde ook de rol van de lampenkap in Syncope) op de achtergrond te zien zijn. De dans tussen Burel en Favreau verwijst naar klassiek ballet van de bovenste plank. Hij legt zich even op zijn rug, strekt de armen en houdt haar rond haar middel vast terwijl ze met holle rug en gestrekte armen en benen gelift wordt door hem. Adembenemend mooi.

‘Dis, quand reviendras-tu?’ van Barbara wordt door de Luikenaar Gabriel Arenas Ruiz als solo gedanst, die we in Syncope overigens ook de hoofdrol zagen dansen als de jongen in de zetel. De man draait rond zijn as, maakt een autowisserbeweging met zijn hand voor zijn gezicht, molenwiekt met de rechterarm, stapt naar achteren en maakt een golvende beweging met zijn rechterhand voor zijn gezicht terwijl Ros in een schommelstoel zit en hij vol inleving op zijn gezicht verlangend haar wil zien terugkeren. Dat verlangen (vooral te zien in de arm- en handbewegingen wanneer die naar voor geduwd worden en de knuffel die ie zichzelf geeft) gaat zo ver dat hij op zijn knieën gaat en zo naar voren richting rand van het podium op handen en voeten. De wondermooie solo eindigt wanneer hij haar zwarte boa neemt en in haar schommelstoel gaat zitten.

‘La Valse à mille temps’ van Brel straalt dan weer zuivere joie de vivre uit met vijf duo’s die ook als een dobbelsteen met de 5 ogen naar boven gepositioneerd staan. De vrouwen laten zich liften terwijl hun knieën een boog houden van 90 graden. Later doen ze die beweging opnieuw, maar worden ze niet gelift maar als een soort marionetten rond de as gedraaid door hun mannelijke collega’s. Laag bij de grond staan de koppels tegenover elkaar en voeren ze een neuzen-neuzenbeweging uit terwijl ze in elkaars verlengde een diagonale lijn vormen. Op hun pointes vormen ze door opnieuw hun knieën 90 graden te positioneren, en zo terwijl de rest van het lichaam parallel blijft met het podium, en de armen en handen naar de vloer gericht zijn samen een rechthoek. De vrouwen maken even een cirkel, gaan dan weer naar hun partner, lijken daar even een walsje in te zetten, maar springen op het bovenlichaam van hun mannelijke collega’s en knellen zich met hun benen vast waarop de mannen op die manier met hen walsen in een cirkel. Verwijzend naar volksdans kiezen de mannen voor de binnenkant terwijl de vrouwen rond wandelen aan de buitenkant van de cirkel. Ondertussen zijn er 5 dansers nog bijgekomen die samen een kromme vormen op het podium en na een tijdje sprongen maken. De finale van die choreografie is het moment wanneer de vrouwen hun handen rond de nek leggen van de mannen, en zich met de benen naar achter in de lucht laten ronddraaien. Luchtig, zomers en speels, voelt het geheel aan dat eindigt in ogenschijnlijk vrij bewegen op het ‘lalala’-gedeelte van Brels tekst waarop het nummer en de dans plots stopt.

In ‘Mijn vlakke land’ zien we Gabriel Arenas Ruiz met de fiets stappend van achteren naar rechts vooraan. Opvallend hier is onder andere een lage beweging waarbij de dansers zitten met de benen in de lucht.  ‘La Valse à mille temps’ wordt op het einde hernomen in de finale waarbij we een deel van het gezelschap in een cirkel zien rollen terwijl de twee hoofdrolspelers in het midden staan te walsen, de vrouwen ondersteboven gedraaid worden, we heel wat lifts zien, de dansers een geel doek boven de hoofden doen, wat een verwijzing is naar de lente, en het geheel uiteindelijk uitmondt in een lift van het koppel op ‘Il y a toi y a l‘amour et y a moi’ uit de songtekst met rond het koppel twee cirkels wat op zijn beurt een verwijzing is naar ‘Le sacre du printemps’ terwijl niet veel later het gezelschap frontaal de musical/cabarettoer opgaat met het rechterbeen dat gestrekt een sjotbeweging uitvoert bijna parallel met het bovenlichaam terwijl het koppel rondloopt langs de buitenkanten, de rest hun gele doeken boven de hoofden houden en zo een soort decor vormen van gele bomen waartussen het koppel van achter naar voor loopt terwijl de anderen verwijzen naar zaklopen in hun bewegen (zie hier ook de link met Syncope waarbij de man in de zetel naar voor gereden wordt). Twee van die gele bomen blijven staan en worden aangetikt als laatst overgeblevenen. Het zijn Mari Ohashi en Kwinten Guilliams die de eer krijgen om Brel et Barbara af te sluiten met een wondermooi duet, romantisch, opnieuw geschoeid op de principes van klassiek ballet op de tonen van ‘Quand on n’a que l’amour’ waarbij de choreografie perfect de intensiteit van de song volgt met enkele knappe lifts.

Het geestdriftige applaus achteraf toont aan dat het Brusselse publiek erg genoten had van deze Brel et Barbara en de eerste opvoeringen van Syncope in onze hoofdstad ook zeer goed wist te smaken. Béjart, Brel en Brussel, dat zijn gewoon dé drie briljante B’s.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter