PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Swing ★★★1/2

zaterdag 27 juli 2019Sloepenweg Antwerpen

Swing

Danny Ronaldo’s zoon Nanosh keert met Swing naar het begin van de twintigste eeuw. Een retroshow mét showtrap én Decaporgel dat voor de muzikale omlijsting zorgt, krijgen we te zien die in geen tijd de nostalgie van weleer weet op te roepen ook met de tafeltjes met lampje voor de tribunes waar enkele toeschouwers aan mogen plaatsnemen. Dat er elektriciteit in de lucht hangt, wordt al meteen duidelijk wanneer Nanosh met zijn hand over zo’n lampje gaat en meteen de lichtjes wat feller schijnen. Dat blijkt ook te lukken wanneer ie zijn handen op het hoofd van een toeschouwer legt, maar kennelijk lukt dat niet bij iedereen. Swing haalt op humoristisch vlak het recept van de anti-held, de klungel, de underdog uit de kast. Een beproefd recept waar Luc Verschueren en Jacques Vermeire in de jaren ’90 op de BRT en in hun zaalshows stevig mee scoorden. Verschueren was ook aanwezig tijdens de voorstelling van Circus Ronaldo bij Zomer van Antwerpen die wij zagen en werd op het einde zelfs even ten dans gevraagd waar ie graag op inging.

Openen doet de voorstelling met Anke Jochems die ‘It don‘t mean a thing’ van Duke Ellington erg goed live brengt. De spotlight schijnt vervolgens op elke artiest en komt zo onder andere bij Corneel Didier die als kelner samen met barvrouw Laure Osselin de clowns van dienst mogen spelen. Wanneer de spot op hem gericht is, wil Didier vooral duidelijk maken dat het om een vergissing gaat en hij op dat moment niets te bieden heeft. Nanosh jongleert met drie kegels. Onder het motto derde keer goede keer, krijgt ie twee kegels die hij aan zijn voet legt, de lucht in en houdt ie ze ook in de lucht met zijn snelle handenwerk. Later zal de zoon van Danny Ronaldo ook even jongleren met toortsen. Een acrobate komt even de twee koorden checken voor ze de trapeze op wil, maar blijkt nogal aan de veeleisende, wispelturige kant. Ze laat Corneel Didier die zijn best doet als stage hand om aan haar wensen te voldoen en het publiek wachten zodat Didier niet anders kan dan de tijd te vullen met een hilarische truc. Zijn wijs- en middelvinger toont ie met zijn rechterhand, met zijn linker enkel de wijsvinger. Hij slaagt er wonderwel in om in geen tijd dat te veranderen zodat hij zijn wijs- en middelvinger toont met zijn linkerhand, en met zijn rechter enkel de wijsvinger. Als dat geen magie is!

‘The man I love’ van Billie Holiday wordt vervolgens fraai gecoverd. Qua sfeer en gezelligheid haalt Swing ondertussen de maximumscore. Een act met een hond gaat de mist in, wanneer Rex zich van een wel erg lange leiband heeft losgerukt. Hilarisch is het wanneer het gezelschap buiten de tent op zoek gaat naar de hond en een ‘Doeme hé!’ je bijna gaat geloven dat er echt een act niet is door kunnen gaan. Opnieuw moet de tijd gevuld worden, gespeeld improvisatorisch. Net nadat een acrobate op de trapeze zich onder andere ondersteboven liet vallen tot ze op het laatste moment zich nog met haar voeten kon vastgrijpen aan de uiteinden van de trapeze, of zich ondersteboven liet hangen met de voeten mooi naast elkaar, probeert Laure Osselin het ook eens. Daarvoor moet ze wel de trapeze zelf wat lager brengen, maar dat is nog té hoog om die te bereiken. Dus doet ze beroep op de vrijwillige medewerking van een toeschouwer wiens rug ze gebruikt. Als ze dan uiteindelijk met haar handen aan de trapeze hangt, geeft dat een erg grappig klungelig zicht, vooral ook omdat ze haar hakken nog aanheeft en zo probeert op de trapeze te geraken. Dat lukt niet, dus haalt ze er uiteindelijk een trapladdertje bij wat uiteindelijk zal leiden tot een wilde, impulsieve en houterige act. Na veel vallen en opstaan, leidt dat overigens tot het strafste wat er te zien is op de trapeze.  

Corneel Didier probeert ondertussen indruk te maken op Anke door wat te tapdansen maar wordt overklast door haar. En wanneer ie een goocheltruc aan het meest rechtse tafeltje door Jason Van Lith wil nabootsen: een propje dat kan zweven, via de wijsvinger van een meisje de beweging volgt, daarna in de fik vliegt en een roos doet verschijnen, blijkt hij zelf met zijn hand dat propje te moeten doen bewegen. En wanneer ie het papier in de fik steekt, verschijnt er geen rode roos maar een prei. Van Lith haalt overigens nog wel wat meer uit zijn toverhoed, zoals een wortel en een lief klein wit konijntje.

Onder het motto scherven brengen geluk, probeert Nanosh op de zes tafels en twee decorelementen voor het podium in totaal 8 borden op een staaf in beweging te houden. Ook hier weer moet er behoorlijk wat sneuvelen voor het lukt. Verder zien we in Swing Jason Van Lith met zeven ballen jongleren terwijl Corneel Didier opnieuw de rol van knullige assistent speelt. En mag Kimi Hartmann tonen dat koorddans niet bestaat uit gewoon wat van de ene kant van het koord naar het andere stappen en je evenwicht bewaren. Neen, een echte goede koorddanseres zoals zij wisselt met de voeten, springt ook even op, en doet zoals de circusdiscipline die ze beoefent het ook in zijn naam stelt: ze danst op een koord.

Het uit 1922 daterende ‘Tain‘t Nobody‘s Biz-ness if I Do’ van Anna Meyers wordt live gebracht met het Decaporgel waarna de drie vrouwen een medley van nostalgische klassiekers brengen terwijl ze de ene magische kledingwissel na de andere ondergaan die bij Laure – wie anders? - niet al te best lukt. Dat zou wel eens met haar helper te maken kunnen hebben die plots in onderbroek en met zwart strikje achter haar staat. En wanneer haar collega’s via een zwart doek rond haar een ultieme poging doen zodat ze ook hetzelfde kleed zou dragen als zij, verschijnt na de tweede poging plots Corneel die dan maar ‘I wanna be loved by you’ van Marilyn Monroe er solo tegenaan gooit.

Swing is dus erg grappig en weet moeiteloos de sfeer van het begin van de twintigste eeuw op te roepen. Hoewel de voorstelling wat aan de lange kant is – wat ons betreft had er gerust tien minuten af gemogen om de spanningsboog wat strakker te maken – en het ritme van de voorstelling net als die van de periode waarnaar ze refereert wat aan de trage kant is, blijft het concept rond de anti-held, de klungel wel zeer goed werken. Het Decaporgel is een absolute meerwaarde al maakt het de voorstelling wel erg afgemeten. Als er iets mislukt kan een circusartiest doorgaans in interactie met het orkest extra spanning opbouwen door een stuk te hernemen, door bijkomend tromgeroffel te laten horen, enz. Dat is hier onmogelijk zodat je bij momenten vooral het gevoel krijgt naar een voorstelling te kijken die in functie van de muziek aan de slag gaat en niet andersom.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter