PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Alcina ★★★★★

zondag 19 december 2021Palais Garnier Parijs

Alcina

Een staande ovatie voor een operavoorstelling. Het is alweer een tijdje geleden dat we dát nog hadden gegeven. Maar Alcina in een regie van de immer deliverende Robert Carsen, de veertigste voorstelling die Parijs in deze regie te zien kreeg sinds haar première in 1999, is in alle facetten gewoon een briljante productie. Carsens lezing is dan ook gewoon weergaloos. Zoals we gewend zijn bij de Canadees zijn zwart en wit de overheersende kleuren. Hier te zien in het herenhuis met hoge deuren en plafonds waar Alcina (fenomenaal neergezet door Jeanine De Bique in haar debuut bij Opéra national de Paris) woont. Een huis dat prestige toont enerzijds maar anderzijds ook koud en kil is. Carsen neemt hier overigens ook zelf de rol van de tovenaar voor zijn rekening.

Zo laat ie Morgana (Elsa Benoit die een perfecte thuismatch speelt), Alcina’s zus die hier een kamermeisje/hulp in het huishouden is onder Oronte (Rupert Charlesworth in zijn debuut in de Parijse opera), op het einde van het eerste deel de tafel dekken voor een imaginair etentje met Ricciardo (Bradamante de zich vermomd heeft als haar broer, neergezet door Roxana Constantinescu in haar debuut bij Opéra national de Paris). Ze hangt de vest van zijn kostuum aan de stoel en pakt met zijn rechtermouw haar linkerbil vast terwijl ze met de linkermouw haar rechterborst vastgrijpt en daarna beide borsten. In het tweede bedrijf toont Carsen de toeschouwers de toenemende afstand tussen Alcina en Ruggiero (Gaëlle Arquez) door op het podium een Droste effect te creëren. Links staat naar het noordwesten een groene stoel voor een muur en een open deur wat we een aantal keer herhaald zien maar dan steeds kleiner zien worden naar achteren toe waar Alcina centraal staat.

Ook in dat bedrijf denkt Alcina – tevergeefs zal later blijken - nog dat ze Ruggiero terug voor zich kan winnen. Ze praat tegen twee lege stoelen die grote schaduwen tekenen op de muren tijdens ‘Ombre pallide’.  Op het einde van het derde bedrijf is de magie helemaal verdwenen samen met Alcina’s macht. Carsen kiest dan voor het minimalisme waar we hem zo voor roemen (denken we maar aan La Bohème dat nu in Antwerpen terug te zien is) door enkel een bed centraal te plaatsen waar het dode lichaam van Alcina in ligt, eenzaam, achtergelaten door haar harem/minnaars in een kale zwarte ruimte. Zo wordt deze Alcina een voorstelling met een moreel die meer dan ooit van tel is. Een voorstelling die gaat over je menselijkheid terugwinnen, het beestachtige (o.a. van de orgie) achterwege laten, de donkere nacht inruilen voor het leven en de vrijheid. Voor mensen zoals Morgana die berouw tonen omwille van hun ontrouw(e gevoelens) is er plaats voor vergeving (visueel ondersteunt Carsen dat door het koppel Oronte-Morgana de lakens van het bed te laten verschonen). Haar personage zien we dan ook groeien, coming of age-gewijs. Ook voor Ruggiero die uiteindelijk in de ban van Alcina was, is een tweede kans mogelijk. Maar voor Alcina zelf is die er niet hoewel haar aria’s oprecht liefdesverdriet, woede en pijn laten horen.

Handels Alcina dat in Londen in 1735 in première ging, is eigenlijk een Netflixminiserie avant la lettre. Het eerste bedrijf telt 55 minuten, het tweede 70 en het derde opnieuw 55 wat de vertelling best wel behapbaar maakt. Dat het verhaal gaat over trouw en ontrouw met de liefde als hoofdthema en er een vermomming bij komt kijken (iets wat bv. ook Mozarts opera buffa’s zo geliefd maken) zorgt er mee voor dat de storytelling van deze opera seria ook perfect tot haar recht zou kunnen komen op deze streamingdienst.

Kort samengevat: Alcina is verliefd op Ruggiero. Die weet niet meer dat hij eigenlijk verloofd is met Bradamante. Zij vermomt zich dan maar als haar broer Ricciardo om zo in het huis van Alcina te geraken. Morgana is verloofd met Oronte maar wanneer ze Ricciardo (de vermomde Bradamante) ziet wordt ze verliefd op die en verleidt ze hem (ook in haar fantasie). De opbouw van Alcina is ook zo helder als het groen van het gebladerte dat enkele keren te zien is in deze voorstelling. In het eerste bedrijf worden de personages voorgesteld en komt de probleemstelling naar voor, in het tweede bedrijf volgt het inzicht (niet zelden is dan het orgel te horen om de katholieke moraal mee te geven) en in het derde bedrijf volgt de oplossing. Vermits Alcina niet inziet dat haar geliefde al verloofd is en dat niet lijkt te willen aanvaarden, betekent dat ook haar dood. Ruggiero doodt haar namelijk.

Handels partituur is gewoon fe-no-me-naal. Dat wisten we al toen we die voor het eerst te horen kregen in de Munt enkele jaren geleden. Maar nu, dankzij onze zitplaats op de vierde rij op de parterre, zagen we ook hoe Handel elk instrument wel laat schitteren. De teorbe (die in het eerste bedrijf net als de clavecimbel ook als ritmesectie ingezet wordt wanneer er op de klankkast geklopt wordt bv.), harp en cello vormen een bijzonder fraai trio in het eerste bedrijf. In het tweede zien we Benoît Laurent en Pedro Castro hun blokfluit even onder de arm steken zodat ze even de hobo kunnen bespelen en vice versa. Hun tweestemmige partij op blokfluit is een pareltje tijdens Ruggiero’s ‘Mio bel tesoro’. Handel laat zijn zangers ook in dialoog gaan met het orkest. Zo wordt de melodie van de zang in het derde bedrijf even herhaald door de cello in het zeer gevoelige ‘Credete al mio dolore’ door Morgana en in het derde door de hoorns (‘Sta nell`Ircana’ door Ruggiero). Het tweede bedrijf krijgt ook een solo mee voor de eerste violist in ‘Ama, sospira, ma non t’offende’ van Morgana. De score is kortom verrukkelijk, en wisselt uptempo opgewektheid zeer goed af met colère (die snel aangestreken violen!), wulpse passie, het formele, het morele, tristesse, wanhoop, en onzekerheid om het lot.

Een exquise partituur die met zeer veel precisie gebracht wordt door het Balthasar Neumann Ensemble en alle solisten (een voor een zijn ze bijzonder goed) onder leiding van Thomas Hengelbrock dus. Niet meer dan verdiend ontving deze Alcina ontzettend veel bravi, zo veel dat ze niet op één hand te tellen waren. En wij? Wij waren maar liefst twee keer tot tranen toe ontroerd tijdens ‘Ah! mio cor schernito sei!’ van Alcina in het tweede bedrijf en een cellopartij aan het begin van het derde.  Alcina liet ons en een bijzonder enthousiast Parijs publiek kortom niet onberoerd.

< Bert Hertogs >

Deze recensie werd mede mogelijk dankzij Thalys.

Wist je dat?

…Thalys al meer dan 20 jaar de culturen en economieën van haar 4 Europese bestemmingen verbindt? In 2019 vervoerde Thalys 7,85 miljoen passagiers.
… Het met de rode hogesnelheidstrein slechts 1 u.22 minuten duurt om Parijs vanuit Brussel te bereiken? Voor Keulen is dat 1u.47 en Amsterdam bereik je in 1u51.
… sinds januari 2020 alle Thalys-treinen voorzien worden van 100% groene stroom uit windmolenparken en fotovoltaïsche zonnepanelen in Europa.
… als pionier in de digitale ervaring Thalys een uitzonderlijke reiservaring en service aan boord biedt?
… Thalys sinds 2015 een volwaardige spoorwegmaatschappij met NMBS en SNCF als aandeelhouders is?

Meer weten over Thalys?

Bezoek de site op thalys.com


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!





Steeds op de hoogte blijven? Schrijf je nu in op onze wekelijkse nieuwsbrief.

* verplicht veld


Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Podcast
  • Facebook
  • Twitter