PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Il Trittico ★★★

zondag 20 maart 2022De Munt Brussel

Il

Drie korte los van elkaar staande opera’s. Die schreef Puccini nadat hij La Fanciulla del West had gecomponeerd in 1910. Puccini was al langer van plan om eenakters op het podium te brengen. Dat kwam omdat ie gefascineerd geraakt was door het succes van Pietro Mascagni’s ‘Cavalleria rusticana’. Puccini kleurt zijn drieluik Il Trittico rijkelijk in. Dat doet ie door te kiezen voor drie totaal verschillende genres die voorzien worden van elk hun eigen klankkleur. Van de tragedie in ‘Il Tabarro’ die zich afspeelt op de Seine op een binnenschip in Parijs, het religieuze drama in ‘Suor Angelica’ in een vrouwenklooster in Siena tot de komedie van ‘Gianni Schicchi’ dat zich afspeelt in het Firenze van 1299 en al bij de première het populairste werk van de drie werd, Puccini toont hier zijn veelzijdigheid met als rode draad hartstocht. De Italiaanse componist wiens muziek steeds 100% het drama ondersteunt, componeerde de drie werken quasi van begin tot einde door en kiest zoals we gewend zijn van hem voor 1 noot per lettergreep wat de verstaanbaarheid ten goede komt. Tussen het doorgecomponeerde werk door vormt ‘Gianni Schicchi’ heel even het buitenbeentje wanneer de ondertussen wereldberoemde aria ‘O mio babbino caro’ (O, mijn lieve papa’) gezongen wordt, hier overigens feilloos neergezet door de Italiaanse sopraan Benedetta Torre.

De Duitse regisseur en leeftijdsgenoot van ondergetekende, Tobias Kratzer en zijn scenograaf Rainer Sellmaier kozen om de drie verhalen met elkaar te verbinden. Dat is op zich best wel een leuk idee, maar niet nieuw voor de Munt (denken we maar aan de Trilogia Mozart Da Ponte). Zo zien we in de eerste opera ‘Il Tabarro’ (de mantel) stukken uit de tv-uitzending van ‘Gianni Schicchi’, de derde, die de vorm aanneemt van een sitcom/improvisatietheater die live opgenomen wordt met publiek op een tribune op het toneel (er worden goedkopere tickets verkocht voor mensen die deze ervaring willen meemaken en enkel ‘Gianni Schicchi’ willen zien n.v.d.r.). In de tweede opera ‘Suor Angelica’ zien we enkele jonge nonnen dan weer stiekem een graphic novel lezen, waardoor zo de wereld van de eerste opera ‘Il Tabarro’ opnieuw getoond wordt. En de derde, ‘Gianni Schicchi’, die begint met Buoso Donati die een plaat opzet, waardoor we opnieuw een fragment horen uit de tweede opera ‘Suor Angelica’. Niet veel later sterft hij aan een hartaanval.

Maar Puccini’s opera’s die bulken van de romantiek en de grote emoties, met een joekel van een catharsis op het einde van ‘Suor Angelica’ bijvoorbeeld, waar hij voluit het symfonisch orkest laat gaan en de solisten heerlijk melodie laat maken (wat in schril contrast staat met het begin ervan waarin hij hen zeer contemplatief, begeleid door een beperkt aantal lage strijkers, verwijzend naar het gezongen gebed hen rond slechts enkele noten laat zweven), worden in de scenografie die nu in de Munt te zien is naar ons aanvoelen te veel omlijnd, te veel letterlijk ook in een hokje gestoken. Dat matcht niet met de grote verlangens die in elk werk steken, de hunkering naar vrijheid ook, hoe die ook mag gezien worden, waardoor de regie te veel de emotionele beleving tempert door de gekozen vorm die te veel als een keurslijf aanvoelt.

In de zwart-witfilm die ‘Suor Angelica’ begeleidt wordt het verhaal ingedeeld in hoofdstukken wat de emotionele beleving niet ten goede komt en de zaak saucissoneert.  Wie onze filmrecensies las, weet dat we geen fan zijn van dit soort storytelling dat de klemtoon legt op de vorm, dat we uiteindelijk een geheel bekijken van aan elkaar geplakte hoofdstukken. Het verst van al gaat de regisseur in ‘Gianni Schicchi’, niet alleen door voor een sitcom te kiezen als format, maar ook om het publiek on cue te laten lachen of ‘O O O’ verbaasd te laten zijn. Daarmee ironiseert deze voorstelling de komedie en dus ook de initieel bedoelde emoties (ook de hartaanval van Donati kan in deze regie ironisch en onnodig spottend met Pucinni’s werk, geïnterpreteerd worden). En dat gaat ons toch wel wat te ver.

In ‘Il Tabarro’ worden de solisten letterlijk in de hokjes gestoken van een graphic novel. Vier zijn het er. In een zien we het bed in het binnenschip, links ervan is het dek te zien waardoor de solisten helaas achter een reling staan waar ze over moeten zien te projecteren, daaronder het ruim en rechts ervan de kade. De zangers staan behoorlijk hoog wat de afstand tussen publiek en actie vergroot. Ook dat zorgt ervoor dat de emotionele beleving nauwelijks binnenkomt en het geheel eerder afstandelijk blijft.

In ‘Suor Angelica’ is gekozen voor de zwart-wit film in combinatie met spel op de scène waarbij de podiumkunst overgaat in de zevende. Stilistisch is dit ontegensprekelijk de knapste opera die de Munt hier presenteert, met consequent zwart-wit gebruik en een prinses van kleur (de Amerikaanse mezzosopraan Raehann Bryce-Davis) die het groteske en ja ook de stereotypering van de derde opera aankondigt. Wat ‘Il Tabarro’ en ‘Gianni Schicchi’ verder o.a. met elkaar gemeen hebben? Ze bevatten allebei een nummer waarin een stad hartstochtelijk bezongen wordt. In ‘Il Tabarro’ is dat Belleville waar Luigi (de Britse tenor Adam Smith in een uitstekend rol- en Muntdebuut) naartoe wil. In ‘Gianni Schicchi’ is dat Firenze.

De drie opera’s kennen wel wat doden. ‘Il Tabarro’ gaat anno 1910 over een koppel dat uit elkaar gegroeid is omdat ze er niet in geslaagd zijn te verwerken dat hun kind gestorven is, waardoor Giorgetta (de Amerikaanse sopraan Corinne Winters die naast deze rol tevens ook schittert in deze productie als ‘Suor Angelica’ en dus een bijzonder straf Muntdebuut én rollendebuut kent) vreemd gaat met een dokwerker. Maar wanneer haar man Michele (de Hongaarse bas-bariton Peter Kalman in een overtuigend rol- en  Muntdebuut tijdens dit werk), de binnenschipper dat in het snuitje heeft, vermoordt hij haar minnaar.

‘Suor Angelica’ dat zich eind 17de eeuw afspeelt, gaat over een non die als straf van haar familie is moeten intreden in een klooster omdat ze er een buitenechtelijk kind op nahoudt. Wanneer haar tante, een prinses, haar komt bezoeken om papieren te tekenen zodat ze afstand zal doen van haar erfdeel, laat die weten dat het kind van Angelica ondertussen 2 jaar geleden gestorven is. De non breekt en pleegt zelfmoord door gif te drinken.

In het laatste stuk, Gianni Schicchi (waarin de castleden in een jacuzzi met schuim duiken), zien we Buoso Donati aan een hartaanval bezwijken anno 1299. Zijn familieleden zijn erop uit om te weten te komen of ze in zijn testament staan en halen zijn ganse huis in Firenze overhoop opdat ze het document zouden kunnen vinden. Wat blijkt? Geen enkel familielid erft wat. Alles gaat naar een klooster. Ze gaan akkoord dat Gianni Schicchi zich zal vermommen als Buoso Donati die de notaris laat komen om een ander testament op te stellen dat iedereen beter uitkomt. Maar Gianni Schicchi (rol van de Hongaarse bas-bariton Peter Kalman in zijn Muntdebuut) dicteert dat het beste naar hemzelf gaat: de muilezel, de molens in Signa en het huis in Firenze. Zo zorgt ie voor een bruidsschat voor zijn dochter die net als hij van veel minder goede komaf is dan de Donati’s en kan hij ervoor zorgen dat zij kan huwen met Rinuccio (Adam Smith die ook in dit rol- en Muntdebuut schittert). 

Wat deze drie opera’s vooral gemeen hebben is het (heimelijk) verlangen. In ‘Il Tabarro’ is dat de heimelijke relatie, de liefde tussen Giorgetta en Luigi, in ’Suor Angelica’ dat van enkele jonge nonnen naar de voor hen verboden lichamelijke liefde waar ze over fantaseren door de graphic novelversie van ‘Il Tabarro’ te lezen en vooral de smachtende, amoureuze plaatjes (in rood, zwart en wit, wat voor het enige kleurcontrast zorgt in de zwart-witfilm, rood dat tevens een duivelse zondige kleur is wat dan weer linkt naar ‘Gianni Schicchi’ dat verwijst naar de Goddelijke Komedie van Dante), en in ‘Gianni Schicchi’ willen twee mensen van totaal verschillende komaf met elkaar huwen en heeft de vader van de toekomstige bruid geld voor haar bruidsschat nodig om dat klaar te spelen. Hij steelt van zijn schoonfamilie in spe. Maar het is net dat verlangen dat door de regiekeuzes niet altijd tot haar recht komt in deze Il Trittico hoe sterk het symfonisch orkest onder deskundige leiding van Alain Altinoglu ook nu weer uit de hoek mag komen en terecht het luidste applaus mag ontvangen vier uur nadat de eerste noot van dit werk te horen was in de Munt.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!





Steeds op de hoogte blijven? Schrijf je nu in op onze wekelijkse nieuwsbrief.

* verplicht veld


Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Podcast
  • Facebook
  • Twitter